Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heesters en boomen. wier bladen naaUlvormig zijn (bij de siernaaldboomen zijn de bladen vaak schub-, een enkele maal wigvormig). De vruchten zijn bekend als dennenkegels, die bestaan uit verschillende schubben, waarop de zaden open liggen (van daar de „aam „naaktzadigen"), alleen bij de jeneverbes zijn de

vruchten besachtig. ... .

Alle andere planten, dus alle planten met ware bloemen en die niet ll.nke heesters of boomen zijn inet naaldvormige bladen, behooren tot de afdeeling der bedektzadige planten (bij deze is het zaad door een vruchtwand omsloten).

|)e bedek t/.adi^en worden gebracht tot'2 klassen: de e e n- en de tweezaadlobbigen. Om uit te maken, tot welke dier klassen een plant behooit, let men echter niet op het aanwezig zijn van een of twee zaadlobben 111 het zaad, doch op geheel andere kenmerken. Men beziet de bladen en zijn deze paralle nervig, d.i. loopen de nerven er in van den voet naar den top, dan is reeds vrij zeker de plant eeuzaadlobbig, en dit wordt zekerheid, zoo ook de bloemdeelen 3-tallig zijn, d.w.z. als de kelk en bloemkroon of het bloemdek (hiervan spreekt men, ais er slechts één krans van bloembekleedsels is, dus met kelk en bloemkroon beide) 3- of 6-bladig of -slippig of -tandig zijn, het aantal meeldraden :i, (5, 9 enz. bedraagt. Men zoeke dan dus op blz. verder. Zijn daarentegen de bladen handnervig (d.i. loopen de nerven van der. voet van het blad naar alle zijden uit naar den bladrand) of vinnervig (d. ï. loopt er een middelnerf door het blad, waarvan zijnerven uitgaan) en zijn de bloemdeeler.

4- of 5-tallig, dan heeft men zeker met een tweezaadlobbige plant te doen,

zie blz. «ö. , , , , ... , . _

Slechts zelden komt bet voor, dat men moeilijkheden heelt bij de keuze Heeft men een plant met parallelnervige bladen, doch zijn de bloemen 4- o'

5-tallie dan zoeke men bij de tweezaadlobbigen, blz. *ö, verder.

Yertoonen de bladen geen nerven of is er slechts één middelnerf te zien, dan ga men de deelen der bloem na. Zijn deze 3-tallig, dan zoeke men bij de een/.aadlobbigcn, blz. »*, zijn ze i-of 5-tallig, bij de tweezaadlobbigen, blz.<«.

Zijn de bloemen aan de plant zeer klein, zoodat het onderzoek van deze moeilijkheden geeft, of ontbreken zij geheel of geelt de plant in een ander opzicht moeilijkheden, dan raadplege inen de tabel op blz. in plaats van

op de eerstvolgende blz. verder te gaan zoeken.

Is de te onderzoeken plant een boom of heester en zijn er geen bloemen aan of geven deze moeilijkheid, dan raadplege men .Ie tabel op blz. «•#, in plaats van op de eerstvolgende blz. verder te gaan zoeken.

Komen bij bet opzoeken termen voor, die niet duidelijk zijn, dan raadplege uien daarvoor de tabel* die begint op blz. 9.

Sluiten