Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrouwelijke bloemen in aren (kegels), alleenstaand of 2-3 bijeen, uit naakte zaadknoppen bestaand. Vrucht een meest houtige kegel of een schijnbes . . . . Coniferen f#W.

Klasse. Monocotyleil. Eenzaadlobbigen

1 Bloembekleedsels ontbrekend of door schubben of borstels vertegenwoordigd . .'

Bloembekleedsels duidelijk zichtbaar, dus niet alleen uit schubben of borstels bestaand, enkelvoudig (kelk- of bloemkroonachtig) of gescheiden in kelk en bloemkroon 7

2 Planten met drijvende of ondergedoken bladen. . . 3 Land- en moerasplanten -4

3 Stengel bladachtig, zonder bladen (fig. xxiiJir. 6). Bloe¬

men aan den rand van den stengel uit een spleet te voorschijn komend, 1-huizig. Kleine, drijvende plantjes.

Lemna iSS. Fig. xxm.

Stengel bebladerd. Bloemen 2-slachtig of 1- of 2-huizig. Meeldraden 1-4. Vruchtbeginsel 1 of meer. In het water ondergedoken planten.

Najadaceefin MS.

4 Bloemen dicht opeengedrongen, in rolronde of bolvormige aren of kolven

Bloemen in de oksels van meest bootvormige schutbladen (kafjes), tot aartjes vereenigd en deze vaak weer op verschillende wijzen bijeengevoegd. Meeldraden meest 3. Stempels 2 of 3 ti

') Bloembekleedsels zyn de deelen in do bloem, die de meeldraden of den stamper, of vindt men beide in één bloem, beide omgeven. Niet alle bloemen bezitten ze of soms zijn ze zeer klein en alleen als schubbetjes of borstels aanwezig, en in die gevallen ga men over tot 2. Nog beter doet men, omdat in die gevallen de bloemen ook steeds klein zijn, de tabel blz. 7» te raadplegen.

Zijn de bloembekleedsels duidelijk zichtbaar, dan kan het zijn, dat er slechts een krans aanwezig is, men spreekt dan van bloemdek en'dit heet kelk- of bloemkroonachtig, al naar het groen of anders gekleurd is. Zijn er 2 kransen, dan spreekt men van kelk en bloemkroon. Ook in de gevallen, dat er een duidelijk bloemdek of een kelk en bloemkroon is, zijn de bloemen soms zeer klein en is het voor beginners in die gevallen raadzaam, liever de tabel, blz. 7» te raadplegen, anders ga men over tot 7 in deze tabel.

In deze tabel komen de termen 1-slachtig, 2-slachtig, e<*nliuizig, tweehuizig, mannelijk en vrouwelijk voor. De verklaring is de volgei.de: Bevat een bloem meeldraden en stamper, dan heet zij tweeslachtig, bevat zij alleen meeldraden, of alleen een stamper, eenslachtig. Een bloem met alleen meeldraden heet een meeldraad- of mannelijke bloem, een bloem alleen met stampers een stamperot vrouwelijke bloem. Zulke mannelijke en vrouwelijke bloemen kunnen voorkomen op dezelfde plant, deze heet dan eenhuizig. Zitten echter de meelciraadbloemen uitsluitend op eene plant, terwijl een andere alleen stamperbloemen draagt, dan heet de plant tweehuizig.

Sluiten