Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 Bloeikolf rolrond, door een groote, blijvende schee.le omgeven (fig. xxiv).

bloemen 1- of 2-slachtig. Bladen hart- en pijlvormig.

Araceefin 133.

Aren rolrond of bolvormig, de bovenste meest mannelijk, de onderste vrouwelijk (fig. xxv^, />). Bloemschecde klein, afvallend.

Grasachtige moerasplanten . . Typh aceeen 0 Iedere bloem door 2 kafjes ingesloten. Bloemdek door 2 teere schubbetjes aangeduid. Stengel knoopig, hol. Bladscheeden meest gespleten. Gramineeên l&ti. Iedere bloem met een kafje. Bloemdek borstel-of kruikvormitr of ontbrekend. Stengel zonder knoopen ,

niet hol. Bladscheeden gesloten.

Cypcraceeën !H3.^. 7 Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstad

dig (d. i. in de bloem zittend) 8

Vruchtbeginsel onderstandig (d. i. onder de bloem

is het vruchtbeginsel als een knobbeltje te zien) Fig. xxiv. Fig. xxv. (fig. xxvi a, 6, cy d, e) 14

8 Planten met een bloemdek 9

Kelk en bloemkroon zijn beide aanwezig en ieder diiebladig ... 12

9 Bloemdek kelkachtig, weinig ontwikkeld . ... 10

Bloemdek bloemkroonachtig. Meeldraden 0, zelden 4 of 8. Vrucht een driehokkigc doosvrucht of bes.

LiliaceeCn liti. 10 Bloemdek kruidachtig of dunvliezig. meest groenachtig ^

Bloemdek droogvliezig. Vrucht¬

beginsel 1. Stijl '1, met . stempels. J uncaceefin 143

Fig. xxvi. Fig. xxvii. Fig. xxviii. II Bloemen in trosstn (fig. xxvil). Vruchtbeginsels IVO, min of meer vergroeid, ieder met een zittenden stempel. Meeldraden 0. Bladen grasachtig . . . J ti n ca gi n ac e e C n »3t.

Uloemtr. in (schijnbaar) zijstajulige bloeikolven (fig. xxvili). Bloemdek 0-bladig, vliezig. Bladen zwaardvormig. Moerasplant. A'corus 131.

Sluiten