Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in kransen, tot een eindelingschen tros vereenigd, geelachtig (fig. 545).

Siléne Oti'tes 3W.

Bladen alleen langs den stengel staand 93

03 Bladen langgesteeld, de grootste breedte onder het midden hebbend, groen. Bloemen in aren (de mannelijke plant) of alleenstaand in de bladoksels (de vrouwelijke) (fig. 808). . . . Mercurialis 440. Bladen kortgesteeld, de grootste breedte in of boven het midden hebbend, groenachtig-wit of wit, vooral van onderen. Bloemen in aien

of pluimen. Planten eenhuizig (fig. 485) O b i ó n e 300.

Zie ook Ruraex blz. (fig. 437—449).

94 Bloemen alleenstaand in de bladoksels. Klein plantje (hoogstens 0,08)

(fig. 1093) Centünculus S>o.

Bloemen in hoopjes in de bladoksels of tot bloeiwijzen vereenigd . 95

95 Bloemen in hoopjes, aren of trossen in de bladoksels, vaak ook hoopjes

door het kleiner worden der bladen aan den top van den stengel tot

een aar of tros vereenigd 96

Bloemen alleen in eindelingsche aren of trossen, vaak gekleurd . 101

96 Bloemen eerst groengele, doch al spoedig roode hoopjes vormend, die

wel wat van aardbeien hebben (fig. 478) . Chenopódium 195. Bloemen groenachtig of gekleurd 97

97 Bladen glimmend, gaafrandig, gesteeld, met doorschijnende puntjes.

Bloemen alleen in de oksels der bladen in hoopjes (fig. 426).

Parietaria t3t. Zie ook Impatiens Noli tangere. die soms kleistogame bloemen heeft, blz. 423.

Bladen niet glimmend, zonder doorschijnende puntjes. Bloemen meest niet alleen in hoopjes in de bladoksels 98

98 Bladen met stengelomvattende scheeden aan den voet 99

Bladen zonder stengelomvattende scheeden 100

99 Bloemdek 4-5-spletig, althans van binnen gekleurd. Bloemen in schijn-

aren (fig. 450—461) Polygonaceeen t8l.

Bloemdek 6-spletig, groen. Vrucht gevleugeld (fig. 437—449).

R u m ex t8t.

100 Bloemdek droogvliezig, meest gekleurd, 3-5-deelig (fig. 491, 492).

Amarantaceeën 303. Bloemdek kruidachtig, meest groen, 3-5-deelig tot 3-5-bladig, zeldzamer (aan de vrouwelijke bloemen) 2-deelig of 2-bladig (fig. 462—490).

Chenopodiaceeén 89*.

101 Bloemen in trossen 102

Bloemen in aren of schijnaren 103

102 Bloemen vrij groot, blauw of wit, symmetrisch (fig. 781). P o 1<' g a 1 a 430. Heikels, Geïll. Flora, 44e druk. 6

Sluiten