Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stengel rechtopstaand, alleen aan den voet bebladerd. Hoofdje eindelings, zelden nog 1 of 2 zijdelingsche. Bloemen zittend. Meel-

rl ï • 'i rl n !-i T^lnomdoL'KlQflan in nnn

haaraehtige punt uitloopend, langer dan de eironde, stompe doosvrucht (fig. 93), wit, vaak roodachtig aangeloopen. 0,03-0,10. Q. Juni— Augs. Vochtige zand- en heidegrond. Vrij zeldzaam.

Koprusch. J. capitatus Weig.

Bladen min of meer duidelijk door dwarsschotten in kamertjes verdeeld (fig. 82). Meeldraden meest 3. Doosvrucht langwerpig. . . 15 15 Bloeiwijze uit 1 of 2-4 hoofdjes bestaand , het eene hoofdje zittend, de andere langgcsteeld. Bloemdekbladen lijn-lancetvoriuig (fig. 94), iets langer dan de spitse, driekantige doosvrucht. Stengel rechtopstaand, borstelvormig. 0,05-0,10. ©. Juli, Augs. Op vochtigon heigrond en in duinpannen. Vrij zeldzaam.

ri iit n v rn« n e n Vi I niiniHQAlie TknSII

- .. s r -- .. y,-- . ««.». Fj 93 Juncus itatus

Bloei wijze uit weinig hoofdjes be- „ gesloten, b open bloem; c vruchtbestaand, met zelden met alleen be- ginsel, door het bloemdek omgeven; bladerde takken (fig. 95). Hoofdjes d vrucht*

meest 2-6-bloemig. Bloemdekbladen lancetvormig, korter dan de stompe, stekelpuntige doosvrucht. Stengel draadvormig, rechtopstaand. licrffend en in de knnone n»nr.

telend (de var. uliginosus), niet zelden in het water drijvend (de var.

fluitans). 0,03-0,20. 21. Juli, Augs. Moerassige plaatsen in heideen veenstreken en in veenslooten. Algemeen.

Moerasrusch. J. supinus Mnch.

16 Alle of althans de buitenste bloemdek-

hladan ariif.s nf t.nprr«cr»ifct mof cföL'^l_

punt 17 Fig' 94' 9B-

Alle bloemdekbladen stomp. Bloeiwijze sterk vertakt . . . .18 17 Binnenste bloemdekbladen stomp, alle even lang, met korte stekelpunt, korter dan de eirond-lancetvormige, stekelpuntige, sterk glanzende doosvrucht (fig. 96). Bloeiwijze weinig samengesteld.

10*

Sluiten