Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knopjes 2-6-maal zoo lang als de helmdraden. Wortelstok met korte uitloopors. Bloemdek bruin. 0,05-0,25. 2J-. April, Mei. Op grazigen zandgrond, aan wallen en in heidevelden. Algemeen.

Veldbies. L. campéstris D. C.

Aren meest 5-10, alle rechtop- of iets afstaand (fig. 104). Helmknopjes omstreeks even lang als de helmdraden. Wortelstok vezelig, zonder uitloopers. Bloemdek meest lichtbruin, soms ook geel- of groenachtig wit. 0,15-0,45. 2|-. Mei, Juni. In bosschen en aan begroeide waterkanten in zandige streken. Algemeen. (L. erécta Desv.) Veelbloemige veldbies. L. multiflóra Lej.

XIII. Fam. Iridaceeën. Lischachtigen. ni.

Overblijvende planten met een wortelstok of een knol (door vliezen omgeven) onder den grond. Bloemen bij Crocus vaak ten deele onder den grond, liier zijn de bladen zoog. wortektandig, bij de andere zitten zij aan den stengel. ]'doemen vóói den bloeitijd in een scheede gehuld. Rloeiiulek 6-deelig, gekleurd, regelmatig of symmetrisch. Meeldraden 3 IbImknoppen zich naar buiten openend. Stamper met onderstandig, 3-hokkig vruchtbeginsel. 1 stijl en 3 soms op bloembladen gelijkende stempels. Vrucht een doosvrucht.

1 Meeldraden vrij 2

Meeldraden tot een bundel vorgroeid. Bloemdek ti-deelig. aan den voet bekervormig verdiept, verder uitgespreid. Stempels draadvormig, gespleten. Binnenste bloemdekslippen veel korter dan de buitenste TigridiaiJf.

2 Stempels bloembladachtig verbreed , tegenover de meeldraden staand,

dus deze bedekkend. Bloemdek met een buis en 6 slippen. De buitenste en binnenste slippen zeer ongelijk (fig. 108). I'ris ui.

Stempels niet tegenover de helmknopjes staand ." 3

3 Scheeden 1-bloemig. Buis van het bloemdek lang Bloemdek klokvormig (tig. 105).

Crócus MS O.

Scheeden 2-meerbloemig 4

4 Bloemen recht, rechtopstaand. Buis van het bloemdek meest korter dan de slippen. 5 Bloemen gekromd, bijna 2-lippig (fig. 106). Buis van het bloemdek even lang als of

korter dan de slippen Gladiolus J.ï|.

r> Buis van het bloemdek boven trechtervormig verwed met afstaande slippen. Stempels priemvormig, ongedeeld Sparaxisjjf.

Buis van het bloemdek boven niet verwijd. Stempels aan den top verbreed en knotsvormlg Trltónia ISt.

1. Crócus Tm. Crocus.

Knollen met een vezelige schil. Bloemen en de smal-Hjnvormige bladen door vliezige

scheeden omgeven 1

I In de lente bloeiende soorten 2

In den herfst bloeiend. Keel van het bloemdek gebaard. Meeldraden ruw behaard, stempels buis- knotsvormig. langer dan de meeldraden. Bloemen bleekviolet met purperkleurige strepen. u,10-0,20. X Septr., Octr. Sierplant uit het Oosten.

Safraancrocus. f f. satlvus L.

Sluiten