Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet-bloeiende planten korter en smaller met ingesneden top (fig. 1256—e). Steel der bloemscheede naar boven niet verbreed. Bloeiwijze aan den rand met haakjesachtige uitsteeksels. Vruchtjes glad. 0,20 0,30. H-. Juni—Augs. Op dezelfde plaatsen als de vorige. Zeldzaam, op sommige plaatsen vrij algemeen.

Klein zeegras. Z. nana Roth.

2. Najas L. Nimfkruid. xxi.

Ondergedoken waterplanten met in den bodem wortelenden, drjjvenden, gaffelvormig vertakten stengel. Bladen aan den voet scheedevormig

verbreed, stekelig getand . ■ 1

1 Planten 2-huizig. Helmknopjes 4-hokkig. Bladscheeden gaafrandig. Stengel min ot'meer stekelig, stijf (fig. 126). 0.08-0,50. 2J-. Juni — Augs. Stilstaande en stroomende wateren. Zeer zeldzaam. (N. marina L.) Groot nimfkruid. N. major Roth.

Planten 1-huizig. Helmknopjes 1-hokkig. Bladscheeden gewimperd, getand. Stengel niet stekelig. Bladen stijf, bros, gekromd. 0,05-0,20. HJuni—Augs. Vindplaatsen als de vorige. Zeldzaam. (Caulinia fragilis Willd.) . Klein nimfkruid.

N. minor All.

3. Zannichéllia Mich.

Zannichéllia. xxt.

In het siyk wortelende waterplanten met kruipenden of drijvenden, draad vormigen, sterk vertakten stengel en lijnvormige bladen. Bloemen schijnbaar

oksel vormig 1

1 Vruchtjes kortgosteeld, dubbel zoo lang als de stjjl, aan de rugzijde zwak getand (fig. 127). 0,10-0,40. Mei—Octr. In slooten, vaarten en moerassen, vooral in brak water. VTrii nlrrAniPPn

V ril 'i 1 rfomiian

J ® * • i li- Z. palustri», jonge vruchtjes; la meel-

/j O e t w a t e 1' zannichéllia. draad: by 2 de vorm polycarpa, jonge Z. pal listris L. vruchtjes. 3. Z. pedicellata.

Vruchtjes tamelijk langgesteeld, even lang als of iets langer dan de stijl, aan de rugzijde meest sterker getand (fig. 128, 3). 0,10-0,40. Juli—Septr. In brak water. Vrij zeldzaam.

Zoutwaterzannichellia. Z. pedicellata Fr.

Sluiten