Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Planten 1- of 2-huizig. Zie verder boven . . . Carex 166. Bloemen tweeslachtig. Bloemdek ontbrekend of uit borstels bestaande. 2

2 Kaf blaadjes der aartjes in 2 rijen (fig. 1966) 3

Kafblaadjes der aarrjes in spiralen staande (fig. 213) .... 4

3 Aartjes veelbloemig (fig. 196). Kafblaadjes meest alle bloemdragend.

Bloemdek niet aanwezig. Bloei wijze een samengestelde, scherm-

vormige speer Cyperus 199.

Aartjes met weinig bloemen (fig. 197). De 3-6 onderste kaf blaadjes dragen in hunne oksels geen bloemen. Bloemdek borstel vormig of ontbrekend. Bloeiwijzen tot hoofdjes ineengedrongen. Schoénus tso.

4 Aartjes met weinig bloemen, de 3-4 onderste kafbiaadjes kleiner,

zonder bloemen in de oksels (fig. 198) J

Aartjes veelbloemig. De onderste kafblaadjes grooter dan of even groot als de overige, slechts 1 of 2 zonder bloemen (fig. 2084). 6

5 Bloemborstels zeer kort (fig. 198). Stijl iets geleed, het onderste

deel blijft op de samengedrukte vrucht staan. Teere planten.

Rhynchóspora tHO. Bloemborstels ontbrekend (fig. 200). Stijl ongeleed, grootendeels van de niet samengedrukte vrucht afvallend. Groote plant.

C 1 a d i u m ISO.

6 Bloemborstels meest 6, kort, ruw, niet boven de kafblaadjes uit¬

stekend , dikwjjls ontbrekend 7

Bloemborstels talrijk, lang, na den bloeitijd ver boven de kafblaadjes uitstekend en als lange, glanzige, witte haren de vrucht omgevend (fig. 215) Erióphorum 1SS.

7 Stijl aan den voet niet verdikt, draadvormig, grootendeels afvallend

(fig. 203^) Scirpus tst.

Stijl aan den voet verdikt, geleed, blijvend (fig. 214). Vrucht daardoor aan den top van een kegelvormig aanhangsel voorzien. Slechts een aar aan den top des stengels (of diens takken). Heleócharis i84.

1. Carex Mich. Zegge. Rietgras. Seh. Band. Bent. xxi*).

Grassen met ronde of driekantige halmen, die niet hol zijn. Bladen

in 3 rijen staand 1

1 Een enkele enkelvoudige aar aan den top des stengels (fig. 146a). 2 De bloemen staan in een samengestelde aar of in een pluim (fig.

150, 153) • • • 4

Aan den top der stengels staan een of meer mannelijke aren en daaronder een of meer vrouwelijke, scherp van elkander gescheiden (fig. 169, 194). ..." 16

•) Bi] het verzamelen der Carexsoorten moet men er op letten, of de plant zodevormend is, of er een wortelstok is, of er uitloopers ztfn. De beste ^jd is tegen net ryp worden der vruchtjes, omdat dan de vorm der urntjes het best is waar te nemen.

Sluiten