Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 Stengel slank, slap, licht- tot geelgroen. Scheeden zwartrood. Mannelijk aartje 1. Urntjes rondachtigeirond, aan weerszoden gewelfd, zonder nerven, licht- of vuiigroen. 0,25-0,50. April, Mei. Vochtige weiden. Misschien bij ons niet voorkomend Zodevormende zegge. C. caespitósa L.

SteDgel stijf rechtopstaand, krachtig, grijsgroen. Scheeden geelbruin. Mannelijke aartjes 1—3. Urntjes ellipsoïdisch, samengedrukt, duidelijk generfd, zeegroen (tig. 169). Bladen bij het drogen de

ron/lan noot* Kona/^an Ami-nllnn/1 A A A 1 ilA %■

April, Mei. Aan waterkanten, in moerassen en in duinpannen. Vrij zeldzaam.

Stijve zegge. C. stricta Good. 19 Bladscheeden weinig rafelend. Stengel glad. Bladen grijs, bij het drogen de randen sterk naar boven inrollend. Mannelijke en vrouwelijke aren 2—4, ovaal tot eirond (fig. 170a). Urntjes groot, duidelijk generfd, afgeplat (fig. 1706). 0,10-0,20. 2|.. April, Mei. Duinen en zandheuvels. Vrij algemeen. Drienervige zegge. C. trinérvis Degl. Bladscheeden niet rafelend. Stengel althans naar boven

rnw QpVi*»rn HrieL-unf Ofl

20 Bladen grasgroen, slap, bij het drogen de randen naar beneden omrollend. Schutbladen in den regel langer dan de halm. Mannelijke aren 2—5, vrouwelijke 3—5, lang cylindrisi:h,

dikwijls overhangend (hg. 17la), urntjes aan de onderzjjde iets afgeplat (fig. 1714). Stengel zonder niet-bloeiende bladrosetten aan den voet. 0,30-1,00. 2]-. April, Mei. Aan waterkanten. Vrij algemeen.

Luusnh. Scherpe zegge. C. acüta L.

Van alle verwante soorten te onderscheiden, doordat do scheeden niet een netachtig vezelwerk vertoonen.

Bladen grijsgroen, meest stjjf, bij het drogen de randen

naar uuven omroiiena. ocnuiDiaaen in den regel korter dan de halm. Mannelijke aren 1 (soms 2), vrouwelijke 2—4, ovaal of kort cylindrisch (tig. 172a). Urntjes sterk gewelfd, klein (fig. 172A). Stengel met nietbloeiende bladrosetten aan den voet. 0,10-0.30. 2;. April, Mei. In voch-

tigen veengrond en vochtig grasland. ''s- 172- Fi*S-

Algemeen. (C. Goodenoüghii Gay).

Gewone zegge. C. vulgaris L.

B() den vorm turfósa Fries, zijn de onderste bladscheeden weinig netaderig en de bladen smal, meest vlak. ZU gel (i kt opC.caespitósa. Moerassige weiden, veengrond. Breda, Baambrugge, Huibergen, Oenkerk.

21 Urntjes zonder of met een korten snavel, die niet gespleten is (Hg. 177) 22

Sluiten