Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Slechts een eindelingsch, rechtopstaand aartje (fig. 215). Stengel beneden rond, boven driekant, glad. Bladen omstreeks even lang als de stengel, de bovenste alleen uit een opgeblazen scheede bestaand. Aartjes eirond-langwerpig. 0,20-0,50. 2}.. April, Mei. Op moerassigen veen- en heidegrond. Vrij algemeen.

Flok. Lok. Mooren. W 0:11 e g r a s. E. vaginatum L.

tioLuciucu lcu ïaaisie overnangenat aartjes 2

2 Stengel rond. Bladen lijnvormig,

gegroefd, naar den top toe driekant. Aartjes 3-5, met gladde stelen. 0,20-0,45. 2J.. Maart— Mei soms in Augs. weer. Moerassige weilanden en op veengrond. Zeer algemeen. (E. angustifólium Rtb.)

Veen plu is. E. polystachyum L. Stengel stomp-driekant. Aartjesstelen iets ruw

3 Zodevormend (fig. 216). Bladen lijn-

lancetvormig, toegespitst, vlak, aan den top driekant. Aartjes 5-12, tijdens den vruchttijd overhangend. 0,30-0,60. 2J.. April— Juni. Lage veengrond, vochtige weiden. Vrij zeldzaam.

Breed wollegras.

E. latifólium L. Fig. 216. Eriophorum latlfolium.

Met lange kruipende uitloopers. Bla- " bloeiende plant: b aartje: c bloem;

den van den voet af driekant !? ,nee'<)raden en Stamper: e vrucht-

« A x. „ dras!ende plant f vruchtaar: g vrucht

nauwelijks gegroefd. Aartjes 3-4, met,/1 zonder wuiharen.

bijna rechtopstaand. 0,20 0,30. >1 M«i i„n: t rassige veen streken. Zeldzaam. 4- Me,'Juni- La8e> moe"

Slank wollegras. E. gracile Koch.

XIX. fram. Gramineeën. Grassen, m.

%at!aCh'& /"T; Sten'jd kn00f"'S< ho/' d"ch «» d' hoepen gevuld halm). Dioden met lange, meest gespleten scheede en lijnvormige bladschijf,

Sluiten