Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na den bloeitiid samengetrokken. Bovenste kroonkafjo niet aan¬

wezig. Plant met korte uitloopers. De naald ontspringt even onder het midden van de rugnerf van het onderste kroonkafje of ontbreekt geheel (fig. 243b). 0,30-0,50. 4- Juni, Juli. Vochtige of moerassige zand- en heidegrond. Vrij algemeen.

Kruipend struisgras. A- canina L. i Tongetje zeer kort, afgeknot. Pluim in omtrek langwerpig-eirond, ook na den bloeitijd uitgespreid, met gladde taklen, gewoonlijk iets purperkleurig. Kroonkafjes bijna altijd zonder naald. Zodevormend of met korte uitloopers. 0,30-0,80. 2).- '

on hnnilanri lfincrs WfiCfin eil diikCD.

Fig. 243

Juni, Juli. Op wei-

Algemeen. Gewoon struisgras.

A. vulgaris With-

Tongetje lang werpig(0,002-0,003 lang) (fig. 244). Pluim in omtrek langwerpig-kegelvormig, tijdons den bloeitijd uitgespreid, daarna samengetrokken, met ruwe takken en veranderlijke kleur. Kroonkafjes soms met naald. Met uitloopers. Dras- of grijsgroen. Zeer veranderlijk. 0,30-0,80. 2|~ Juni, Juli. Op wei- en hooiland, langs wegen en dijken. Algemeen. (A. stolonifera Koch) Fioringras. A- alba L. Zeer lange uitloopers, dio vaak rood van kleur zijn en grijsgroene, vaak opgerolde en stijve bladen. De in het slib aan den zeekant voorkomende variëteit. /3. maritima G. Mey.

18. A'pera Adans. Wi.dh.li» . JJ« d-

, van een pluim met bloeiende aartjes: Pluimgrassen met in kransen staande, c aartje: d kroonkafjes; e stamper, sterk vertakte en zeer samengestelde

pluimen. Aartjes klein met lange kafnaalden I

Pluim wijd uitgespreid (fig. 245). Naald recht of iets heen eii weer gebogen. Stengel rechtopstaand of aan den voet geknikt, glad. Helmknoppen lijn-langwerpig. 0,30-1,00. O. Juni, Juli. Op koren-

Sluiten