Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29. Avéna L. Haver.

Pluim- en aarpluimgrassen, met een knievormig gebogen kafnaald aan het onderste kroonkafje van alle bloemen of van de onderste bloemen van het aartje 1

1 Aartjes, tenminste na den bloeitijd , hangend, groot (0,01-0,03 lang).

Stengel 0,50-1,20 2

Aartjes rechtopstaand, vrij groot of klein 4

2 Bloemen niet door een geleding aan de spil der aartjes verbonden ,

eerst laat afvallend. As der aartjes kaal of enkel aan den voet

der bloemen behaard. Aartjes meest 2-bloemig Bloemen lancetvormig, naar den top versmald.' Onderste kroonkafje onbehaard. 3 Bloemen door een geleding aan do spil verbonden en, als zij rijp zijn, dadelijk afvallend (fig. 265). Aart jes meest 3-bloetnig. As der aartjes evenals het onderste kroonkafje tot het midden met meest bruingele haren ruw behaard. Pluim meest naar alle zjjden gekeerd. 0,60-1,20. O. Juni—Augs. Op bouw- en korenland. Vrij algemeen. Vloqhaver.

Eren. Oot. A. fatua L.

Een variëteit met onbehaarde onderste kroonkafjes en 2bloemige aartjes (A. hybrida y Peterm.), vrij zeldzaam op bouwland, is glabrata.

> As der aartjes kaal of aan den voet der onderste bloom kort behaard. Kelk katjes

langer aan ae oioemen. ouuerM» siuuunaije Vi qhk Aupna fa»ia

met ongenaaide punten, van buiten vaak Mg' ,,e,na ,a,La'

met een zijtandje, geelachtjg-wit of zwart. u aartje, b bloempje. \ IIphh Hn nnHpivtn hlnpm aan dft rntrziide

met een naald of beide zonder naald (fig. 2HH). Pluim naar alle zijden gekeerd 0,601,20. O- Juni-Augs. Gekweekt en verwilderd op bouwland Veer II.

Pluim haver. Haver, t A. SAtiva L. Pluim naar eene zijde gekoerd, samengetrokken. Ook gekweekt en verwilderd on bouwland . . De variëteit. Poes II.

'i' - . u .. . rj /•■•lun t ii 11 u tiiihpuli

Aartjes onder iedere bloem behaard Fig. 266.

Kelkkafjes omstreeks even lang als de bloemen. Onderste kroonkafje met genaaide punteD, bovendien aan beide bloemen met

14*

Sluiten