Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderste kroonkafje korter dan de iets bochtige kafnaald. 0,501,00. IJ.- Juni, Juli. In bosschen, op beschaduwde plaatsen. Vrij zeldzaam. (A. caninum Gaertn.)

Hondstarwegras. T. caninum L.

Wortelstok kruipend, met lange uitloopers (fig. 323). Bladen van boven ruw en vaak van enkele lange haren voorzien. Aar rechtopstaand. Kelkkafjes toegespitst, 5-, zelden 7-nervig. Onderste

kroonkatje zonder naald or met een naald niet zoo lang als dat kafje. 0,30-1,20. 2J.. Juni—Augs. Op bebouwde en onbebouwde gronden. Zeer algemeen. (A. repens P. B.) Graspeen. Kweek. Vijter. Puingras. Strekgras. Trekgras . Kweek. T. répens L. 12 Bladnerven tot elkaar genaderd , dicht bezet met vele rijen zachte, korte

haren. Bladranden bij droog weer naar boven omgerold. Spil der aar bij rijpheid zeer bros. Aartjes vrij ver uiteenstaand , meest 0,020,025 lang (fig. 324). Kelkkafjes 9-11-nervig, stoinp, '/s korter dan het aartje. Onderste kroonkafje stomp, zonder naald of met een zeer kort, dik naaldje. Helmknopjes (vóór het openspringen) violet.

Plant witachtig-groen. Wortelstok met lange, witte uitloopers. 0,20-0,80. 2J.. Juni—Augs. Duinen. Vrjj algemeen. (A. jünceuin P. B.) Biestarwegras. T- jünceum L.

Bladnerven met tal van korte, stijve haartjes bezet. Aartjes meest tamelijk dicht bijeen (fig. 325). Kelkkafjes spits of stomp, met of zonder naald. Helmknopjes geel, zeer smal. Plant meer grijsgroen. Wortelstok met witte uitloopers. 0,30-

0,60. 4. Juni, Juli. Duinen. Vrij algemeen. (A. acutum R. S.).

Spits tarwegras. T. acutum D. C.

Fig. 323. Triticum repens.

kelkkafjes; 6 aartje; c bloempje; bloemdekschubbetjes: e stamper met de bloemdekschubbetjes.

Fig. 324. Fig. 825.

Sluiten