Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Sagittaria L. XXI.

1 Bladen aan den voet van den stengel staand, langgesteeld, toegespitst, meest diep-pijlvormig *) (fig. 381). Bladstelen, evenals de stengel, driekant. Bloemen in 3-bloemige kransen, trosvormig. Bloemkroon wit, met violetten nagel. 0,30-0,80. I).. Juni—Augs. In allerlei wateren. Algemeen.

Aclderkruid. Serpentstongen. Snoekeblad. P ij 1 k r u i d. S. sagittifólia L.

Fig. 380. Alisma Plantago. Fig. 381. Sagittaria sagittifólia.

o bloem, b(j b overlangs doorgesneden; a vruchtbeginsel; b rjjp vruchtje: c de in een cirkel liggende vruchtjes. c vruchtbodem met vele vruchtjes.

3. Bütomus Trn. XI.

1 Bladen aan den voet van den stengel rechtopstaand (fig. 382). Bloemen schijnbaar in een eindelingsch scherm staande. Kelk en bloemkroon roodacbtig-wit, donkerder geaderd. 0,40-1,80. 2)-1 Juni—Augs. Aan allerlei wateren. Algemeen.

Koffieboonen. Kikkerbloevi. Zwanenbloem. B. umbellatus L

*> In diepe wateren ontstaan geen pijlvormige bladen, dan zyn er, evenals bi) de Alisma-soorten, zittende, lijnvormige, zwemmende bladen.

Sluiten