Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Fagus Trn. Be u k. Beukenboom.

1 Bladen eirond, onduidelijk getand, gewimperd, overigens kaal (fig. 393). Schors grauw, tamelijk glad. 20,00-30,00. t% Mei. In bosschen, langs wegen enz. Algemeen. Ook gekweekt.

Beuk. F. silvatica L.

In parken vindt men niet zelden een in Zuid-Tyrol inheemschen vorm met brninroode bladen (F. purpüroa Ait. bruine beuk), zeldzamer zijn de vormen met verlengde vinspletige (F. comptoniifólia) of b^jna lijnvormige, vinspletige of ook ongedeelde bladen (F. aspleniifólia).

Fig. 393. Fagus silvatica. Fig. 891. Castanea sativa.

u mannelijk blnrmkat.it>; li mannoljjke a mannelijke bloem; h vrouwel(|ke

bloem; r vrouwelijke bloemen: rf vruch- bloeiwyze in doorsnede; d vrucht ten met omkleedsel: e noot. met 3 nootjes.

6. Castanea Trn.

1 Bladen langwerpig-lancetvormig, toegespitst, toegespitst getand, wat lederachtig, van boven donkergroen, glanzig, van onderen bleekgroen (lig. 394). Schors met scheuren. lü,00-80,00 1,1. -luni. Als sierboom aangeplant, ook verwilderd. Uit ZuidEuropa. (Fagus Castanea L., C. ve-ca Gacrtn.)

Tamme kastanje, -j- C. satna MUI.

7. Quércus L. Eik. Eikeboom. Eikenboom. Eikelboom.

Eenhuizige boomen met kortgesteelde, vinlobbige tot vindeeli(?e bladen. Manneljjke katjes en vrouweljjke bloemen komen tegeljjk met de

Sluiten