Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak aan den voet vergroeid. Bladen lijnvormig tot hart-pijlvormig of hartvormig-driehoekig Polygonum 28e.

Vrucht ver uit het bloemdek stekend (fig. 461). Stijlen 3. Bladen driehoekig-hartvormig of pijlvormig. Stengel steeds rechtopstaand.

Fagopyrum s»o.

3 De binnenste slippen van het bloemdek tijdens den vruchttijd vergroot, later de driekante vrucht omsluitend (fig. 447). Meeldraden 6. Stempels penseelvormig R ü m e x

Bloemdek met gelyke slippen. Vrucht vry, tweevleugel jg, Meeldraden i». Khéum 2&5

1. Rümex L. Zuring. Zuurlmg. vi.

Kruiden met bebladerden stengel, verspreide, gaafrandige bladen en krans- of pluimvormig gerangschikte bloemtrossen. Vruchtjes door de 3 binnenste bloemdekbladen nauw omgeven, daardoor schijnbaar gevleugeld 1

1 l^lildpn mpf üPrcmnMon nfrrornnilon r\f

hartvormigen voet (fig. 444a). Bloemen 2-slachtig, soms eenige vrouwelijke er

tusschen 2

Bladen pijl- of spiesvormig (fig. 447). Planten met zuren smaak .... 9 2 Planten na vruchtrijpheid geel, daarna afstervend. Binnenste bloemdekslippen alle met een knobbel, aan weerskanten

iguens aen vrucntttja met z tanaen,

even lang als of langer dan het bloemdek (fig. 437). Bladen lancet- tot lijn-lancetvormig, in den steel versmald. Bloeiwijzen dicht, meest niet afgebroken, tot aan den top bebladerd. 0,070,60. Q. Juli—Septr. Op vochtige plaatsen. Vrij algemeen.

Zeezuring. R. maritimus L

De var. li. 1 i m ó s u s T h u n b g. wordt tot meer dan 1,00 hoog. Bloeiwyzen losser, afgebroken. Binnenste bloemdekslippen langwerpigeirond, langer dan de tanden, meest met grootere knobbels. Plant tydens de vruchtrypheid groenachtig geel (fig. 43SM. Vr(l zeldzaam. Op vochtige plaatsen, aan slootkanten iK. paluster Sm.).

R Steinii Beek. is een bastaard van R. paluster en R obtusilolius. Wortelbladen breed langwerpig, plotseling in den voet versmald en afgeknot, met nauwelyks hartvormigen voet. Schijn kransen verwijderd. Tanden der binnenste bloemdekslippen korter dan deze. 0,40 0,80. !(.. Juli, Augs. Amsterdam, den Haag.

Planten overblijvend. Binnenste bloemdekslippen steeds langer dan de tanden of gaafrandig (fig. 439, 444). Onderste bladen zeer

groot, langgesteeld 3

3 Binnenste bloemdekslippen tijdens den vruchttjjd aanzienlijk meer lang dan breed 4

Binnenste bloemdekslippen even lang als of minder lang dan breed, bjjna of geheel gaafrandig . 6

Sluiten