Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en afgestompten of hartvormigen voet (fig. 451), de onderste in

een langen, gevieugeiaen steei overgauuue, de bovenste zittend. Bloemdek roodachtigwit. 0,30-0,90. !)-• Juni- Juli. Op beschaduwde , vochtige plaatsen en in weilanden. Vrij zeldzaam.

Adder wortel. P. Bistórta L. Stengel min of meer vertakt, iedere tak in een aar eindigend 6

6 Aren dicht, ineengedrongen, rolrond . . 7 Aren ijl en dun, draadvormig . . . .11

7 Bladsteel boven het midden uit de scheede

gaand. Bladen langwerpig tot lancetvormig (fig. 452&). Meeldraden 5(4) (fig. 452«;. Bloemdek roodachtig-wit tot purper. Vrucht aan weerskanten gewelfd, scherpkantig.

A nn 1 «A «I T • n i „ T l

U,öU-l,OU. JUDl ovpu. lil vLl ickugo

slooten en grachten, op bouw- en weiland. Algemeen. Fonteinkruid.

Roowilg. Wilde wilg. Veenwortol. P. amphibium L.

Vormen:

se. natans Mnch. Stengel in het water zwevend. Bovenste bladen drijvend, langgesteeld, meest langwerpig, spits, evenals de scheeden kaal. Vrij algemeen. In het water.

p. torréstro Leers. Stengel rechtopstaand, klierachtig behaard. Bladen meest lancetvormig, kort gesteeld, evenals de

kortgewimperde scbeeden aangedrukt kort en stxjt behaard. Algemeen. Op het land.

Bladsteel onder het midden uit de scheede gaand of bijna van den voet uitgaand. Meeldraden meer 6 of 7. 8

8 Scheeden meestal aangedrukt. Meeldraden 6 ... 9

Scheeden trechter- of bijna storvormig, uitstaand. Meeldraden 7. bloemen purperrood, in dichte rolronde, knikkende of hangende aren. (1,90-2,40. G). Juli-Herfst. Sierplant uit het Oosten, ook verwilderd. Vaassen—Epe, Deventer, Delft.

Oostersche duizendknoop, -j- P. orientale L.

9 Bloemdek en bloemstelen met klieren. Bloemdek tijdens

den vruchttgd met uitstekende nerven, meest groenachtig. Aren kort, dik. Bladen elliptisch-langwerpig tot lancetvormig (fig. 453), vaak in het midden met

X _ 1.1. /N M J 1»1nf 1 rtO IV1 rtn C f

tJtfU ZWttllC VltlV , VUU UUUCICU IXiüt QllV4|/uutjvO|

dun grijs- en witviltig. Stengel meest weinig vertakt met rolronde knoopen. Scheeden los, kort en fijn gewimperd. Vrucht aan weerszijden verdiept. 0,30-0,60. O- Juli—Octr. Op akkers, in moestuinen. (P. pallidum With., P. lapathifólium L.t.d.) Jezusgras. Reek. Viltige duizendknoop. P. tomentÓSUin Schfk.

Sluiten