Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peperachtig smakend. Bloemdek met klierpuntjes, meest 4-deelig, groen- of roodachtig. Vrucht knobbelig-ruw. Stengel opstijgend met lijn-lancetvormige bladen of rechtopstaand met elliptische of eironde, stompe bladen (fig. 458ó). 0,30-0,60. Q. Juli—Herfst. Aan en in slooten, in weilanden. Algemeen . . . Bitterplant.

Waterpeper. P. Hydropiper L.

De bastaard van P. Hydropiper en P. nodosum, P. laxum Rchb. hoeft de bladen en scheeden van P. Hvdropipor, doch z(j z(jn minder lang gewimperd en de dichte, slanke bloemaren en' kleine bloemen van P. nodosum. Den Haag, Rotterdam, Oudenbosch.

13 Stengel kantig, meest kortbehaard. Bladen hart-pjjlvormig (fig. 459). Buitenste slippen van het bloemdek op de rugzijde stompgekield. Vrucht dof. Bloemdek groen, van binnen en aan den rand wit. 0,07-0,90. O- Juü—Octr. Tusschen kreupelhout, in heggen, op bouwland. Algemeen.

Wilde boekweit. Windom. Zwaluwtong. P. Convólvulus L.

Vig. 458.

Fig. 45!».

Fig. 4H0.

Stengel bijna glad, gestreept, kaal. Bladen hartvormig-driehoekig. Buitenste slippen van het bloemdek op de rugzijde vliezig-gevleugeld (fig. 460). Vruchten glanzig. Bloemdek groen, van binnen en aan den rand wit. 0,60-1,50. ©• Jul'—Octr. Vindplaatsen als de vorige. Vrjj algemeen.

Heggeduizendknoop. P. dumetórum L.

4. Fagopy'rum Trn. Boekweit.

Bladen oven lang als of meer lang dan breed (fig. 4tfl.» Bloemtrossen meest scherm pluimvormig blleen. Vrucht met scherpe, gaafrandige kanten. Bloemdek wit of roodachtig. Stengels ten laatste meest rood. 0,15*0,tfu. O* Juni—Augs. Gekweekt, op zandgrond. Uit Middel-Aziö. (Polygonum Fagopyrum L.).

Boekeixt. Boekweit, f F. esculéntum Mnch.

Bladen meest meer breed dan lang. Bloemtrossen vaak alleenstaand.

Sluiten