Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrucht met stompgetande kanten. Bloemdek en stengel meest groen. 0,30-0,75. Q. Juli—Septr. Als onkruid tusschen de

gekweekte boekweit, ook in aardappelvelden. Vrij algemeen. Uit Siberië. (P. tataricum L.) Franschmannen.

Fransche boekweit. F. tataricum Gaertn.

XXXIII. Fam. Chenopodiaceeën.

Ganzevoetachtigen.

Planten 1- of' 2-huizig of bloemen 2-slachtig. Jiloemilek 3-ö-deelig, -bladig of 2-kleppig, of ontbrekend. Meeldraden 5 of minder, aan den voet van het bloemdek ingeplant. Vruchtbeginsel met 1 stijl en 2-4 stempels of een 2-4-deeligen stijl.

1 Bloemdek kruidachtig, groen. . . 2 Bloemdek droogvliezig of ontbrekend. 4

2 Stengel geleed, zonder bladen, vleezig

(fig. 464). Bloemen in de verdiepin¬

gen van de einden der takken. Bloem- Fig. 461. Fagopyrum oscuientum. dek vleezig, zich alleen met een spleet " 1,'oenl var> achteren, h van voopenend. Meeldraden 12. Bloemen Z «enoVh»T dtSïïE tweeslachtig . Salicórnia 2».ï. van 'iet ^aadStengel niet geleed, bebladerd

3 Planten 1- of 2-huizig. Bladen vlak, breed, niet lynvormig. . 9 Bloemen 2-slachtig 5

4 Bloemdek ontbrekend of 2-bladig (fig. 465). Meeldraden 1 tót 5 op

den bloembodem ingeplant. Vruchten gevleugeld.

Corispérmum t»4. Bloemdek ongelijk 5-bladig (fig. 463). Meeldraden 5, niet vergroeid. Bloemdekbladen na den bloeitijd op den rug met een dwars, vleugelachtig aanhangsel Salsola «»j.

5 liladen smal lijn-lancet- tot Ijjnvormig 6

Bladen breed, vlak, meest driehoekig of ruitvormig .... 8

6 Bloemdeksiippen na den bloeitijd op den rug onder den top met

een aanhangsel (fig. 466)

Bloemdeksiippen na den bloeitijd zonder aanhangsel (fig. 462). Bladen

_ S u a é d a *»*.

t Slippen van het bloemdek tijdens den vruchttjjd met een kegelvormig, doornig aanhangsel .... Echinópsilon g»s.

19*

Sluiten