Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slippen van het bloemdek tijdens den vruchttjjd op den rug met een dwarsstaanden vleugel K óch ia H9S

8 Bloemdek 5-dcelig, vrij. Meeldraden aan den voet van het bloem¬

dek ingeplant. Stempels 2-5 (fig. 477, 478).

Chenopódium 3.9s. Bloemdek aan den voet met het vruchtbeginsel vergroeid (fig. 479). Meeldraden op een vleezigen, het vruchtbeginsel omgevenden ring ingeplant. Stempels 2-4 Bèta a».9.

9 Planten 1-huizig. Vrouwelijke bloemen zonder bloemdek, omgeven

door 2 na den bloeitijd vergroote schutbladen. Stempels 2 . 10

l'lanten 2-huizig (fig. 4821. VrouweHike bloemen met 2-4-tandig bloemdek en 4 draadvormige stempels Spinacia JON.

Fig. 462 Suaede maritima. Fig. 4H3. Salsula Kali.

n bloem van achteren: h van vo- « vrucht met vruchtbloemdek.

ren: e vruchtomhulsel; d zaad.

10 Schutbladen eter vrouwelijke bloemen aan den top 2- of 3-lobbig (fig. 485). Stempels tameljjk kort. Bladen gaafrandig.

O b i ó n e aoo.

Schutbladen der vrouwelijke bloemen min of meer toegespitst (fig. 489). Stempels vrij lang. Bladen min of meer getand of gelobd, zelden gaafrandig A' triplex 301.

1. Suaéda Forsk. Zout bloem. v.

1 Plant kaal, vleezig, blauwgroen, vaak wat roodachtig (fig. 462).

Sluiten