Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kleine ex. l\jken wel wat op Contunculus minimus, doch zjjn door de 5-deelige. sneeuwwitte bloemen er gemakkelijk van te onderscheiden.

4. Scleranthus L. H a r d b 1 o e m. Knawel. v. x.

Kleine, witachtig groene, veelstengelige kruiden met tegenoverstaande, priemvormige bladen en kleine, groenachtige bloemen in losse beschermen 1

Fig. 4J)7 Illecebrum verticillatum.

a bloem, bi) h in doorsnede om stamper en meeldraden te doen zien; c bloemslip met een meeldraad en 2 onontwikkelde: d vruchtkelk; e zaad.

Fig. 498. Scleranthus annuus.

a bloem; h vruchtbeginsel: c bloemdok opengesneden en uitgespreid: d vrucht.

1 Bjjschermen eind- en bladokselstandig (fig. 498). Kelkslippen spits, smal-witgerand, tijdens den vruchttijd afstaand. Meeldraden 3-4maal zoo kort als de kelkslippen. Bloemen groen. 0,05-0,20. O en ©O- Juli—Octr. Op zandgrond, vaak in korenvelden. Algemeen . Eenjarige hard bloem. S. annuus L.

Bijschermen meest alleen eindstandig. Kelkslippen stomp, breed melkwit gerand, tijdens den vruchttijd naar elkaar neigend (fig. 499). Meeldraden bijna even lang als de kelkslippen. 31oeinen groen. 0,05-0,20. 2}.. Mei—Octr.

Up zand- en heigrond. Vrij algemeen. Fig. 49s».

Overblijvende hard bloem. S. perénnis L.

Sluiten