Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Sagina L. V e t ïu u u r. jv. x.

Kleine, teere, veelstengelige, meest onbehaarde kruiden, met tegenoverstaande, smal ljjn- ot' draadvormige bladen en kleine, gesteelde oksel- en eindstandige bloemen, die soms beschermen vormen . 1 1 Kelk 4-bladig. Kroonbladen korter dan de kelk. Meeldraden 4. 2

Kelk en bloemkroon 5-bladig. Meeldraden 5 of 10. 4 2 Stengel niet wortelend, opstijgend of rechtopstaand. 3 Stengel aan den voet wortelend, liggend of opstijgend (fig. 500). Bladen lijnvormig, stekelpuntig, kaal. Bloemstelen na

den bloei haakvor- Fig. 600. Sagina procumbens.

•_ _„i,i„„ o, b bloem (van ter züde en van boven); c vruchtbeginsel; mig gemoina, ten d vruchtI0lk met rype vrucht.

laatste weer rechtopstaand. Kelkbladen zonder stekelpunt. Bloemkroon wit. 0,020,07. 4- ^ei—Septr. Zeer algemeen.

Liggende vetmuur. S procumbens L.

Vormen:

a. nodósa Nolte. Stengels liggend. Bladen kort. Op zonnige,

dorre plaatsen en tusschen straatsteenen. Algemeen. S. gracilis Nolte. Stengels opstijgend. Bladen aanzienlijk

langer dan de stengelleden, schaduwvorm. Op vochtige, beschaduwde plaatsen. Vrjj zeldzaam, y. crassifólia Nolte. Bladen vleezig, zonder stekelpuntjes. Op zilte klei. Zeldzaam.

3 Bladen kaal, dik, stomp of met een klein spitsje (fig. 501). Bloemstelen na den bloeitijd steeds rechtopstaand. Kelkbladen alle stomp. Bloemkroon meest ontbrekend. 0,03-0,10. Q. Mei—Augs.

/.andige weiden langs ae zeesusi. f ig E0I pig, 502. Zeldzaam. (S. maritima Don.)

Stijve vetmuur. S. stricta Fr. Bladen aan den voet soms gewimperd, met stekelpunt (fig. 502).

Sluiten