Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bodera kaal. 0,05-0,22. 4; April—Septr. In helder water, meest op liet diluvium. Vrij zeldzaam. _

Klimopwater ranonkel. B. hodcrsceuni L.

Stengel zwevend, meest gevuld 2

2 Alleen ondergedoken bladen, deze veel korter dan de stengelleden en bloemstelen, in omtrek bijna cirkelrond,

stijf en vlak uitstaande, de

. , , . ... . ij

onuersie uuri gcatcciu, uo _

bovenste zittend, alle eerst meest in 3en vertakt en daaina i .li : — /firt r»7M TilnAman lancfcffi-

iciatuD iu \"n' - pp

steeld. Kroonbladen 5. Vruchtjes vrij spits, in de jeugd behaard. 0,30-1,00. Juni-— Augs. In stilstaand en stroomend water, bij voorkeur met kleigrond. Algemeen.

« i rt J! !. ' i C.U.Ii

Stijve waterranonsei. d. uivanuaium *•

Meest alleen ondergedoken bladen (drijvende, zoo zg aanwezig zijn, niervormig 5-lobbig), eerst een paar malen in 3en en dan verder in 2en vertakt met lange, smalle, evenwijdige vertakkingen en

slippen, zeer langwerpig (tig. o to). vnuerau, bladen langgesteeld, de hoogere tot zittend, alle behalve de bovenste langer dan de stengelleden. Bloemstelen verschillend van lengte, <1 <> Murlun ATfieldviiden

UULU Oltvuo nvi WW 111 r 1 C% -TT \ i.

korter dan de kogel van stampers. Kroonbladen 5-12. Vruchtbodem kaal. Vruchtjes otngekeerd-eirond, met stompen, breeden top, onbehaard. 0,90-6,00. 2J~ Juni—Augs. Stroomend water, in of in de nabijheid der rivieren, vooral in den Hijn en in Limburg. Zeldzaam. Vlottende waterranonkel. B. fluitans Lmk.

De ondergedoken bladen staan in vorm tusschen die van B. divaricatum en B. fluitans, en zijn uitgespreid in omtrek rond ot niervormig. Vaak ook drijvende bladen van verschillenden vorm

aanwezig • • • • •.. • ,,

3 Bijna alle bladen met oorvormige steunblaadjes, deze zijn bij de bovenste bladen het grootst, laag aan den bladsteel aangehecht, stomphoekig, vierkant-ruitvormig. Ondergedoken bladen meest zeer slap. Meestal ook drijvende, schildvormige 3-deelige bladen. Nagel der kroonbladen wit of flauw geel ' ,•

Steunblaadjes bij de lagere bladen al of niet aanwezig of klein, die der bovenste bladen, zoo aanwezig, breed en stomp geooi > halverwege of hooger aangehecht. Nagel der kroonbladen duidelijk geel °

In helder water,

Sluiten