Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelen afstaand-, boven aanliggend-behaard. Vluchtjes met ge- | kromden snavel, glad (fig. 587a). Bloemkroon goudgeel. 0,15-

u,:ju. 4. Mei, juni. JJroge, grazige plaatsen, aan kanten van wegen. Vrij algemeen. Vergiftig. St. Avthonümnnifi TCnnlhnf Arhlnom R hlilhÓQUQ I

IJ

Stengel aan den voet niet verdikt, evenals de bladen en «*<•

bladstelen atstaand-behaard. \ nichtjes met rechten snavel , vaak met knobbeltjes aan den rand (fig. 588). Bloemkroon goudgeel. 0,15-0,40. Q> OO soms 2J.. Mei—Septr. Op

ir/\nVi + irtn»i lnnm. dn 1/1 m ri rl WAAl'01 nnnx

' s' Vrij zeldzaam. (R. 1'hilonotis Ehrh.)

Behaarde boterbloem. R. sardóus Crntz.

Gelijkt veel op li. bulbosus, doch ia er doof het ontbreken van den knol gemakkelijk van te onder-scheiden.

6 Bloemstelen rond 7

Bloemstelen gegroefd 10

7 Vruchtjes 4-8, meest stekelig 8

Vruchtjes talrijk, glad of met fijne puntjes «)

8 Stengel vertakt, meest evenals de bladstelen behaard. Onderste

Diaden meest ü-deeiig, de noogere j-taing met gesteelde 3-spletige of 3-deelige blaadjes. Bloemstelen rond. Bloemkroon bleekgeel, klein. Kelk los aanliggend. Vruchtjes groot, met langen, iets gekromden snavel (fig. 589). 0,22-0,60. © of O©. Mei— Juli. Tusschen het koren

vooral. Vri) algemeen.

Kroon. Akkerboterbloem. R. arvénsis L.

Stengel vertakt. Geheele plant met verspreide borstelharen. Onderste bladen rondachtig of' niervormig, 8-Ö lobbig of H-5-deelig met gekartelde slippen, de bovenste lang wig-of lancetvormig. Bloemstelen kantig,

Kort. tsioeniKroon Kiem , geei. ivenc aisiaanu. v ruiuijes prooi, op ae p.

2 vlakken met stekels bezet met zwaardvormigen, aan den topgekrom* * den snavel <flg 5«0). 0,10-0,30. O* April-Juni. Op bouwland btf Utrecht en Apeldoorn Stekelboterbloom. R. murlcatus L.

9 Wortelbladen meest 4-6, grof-gekarteld, ongedeeld en handvormig

«1 1 _ A! X 1_ -I • _ 1 O I

ü'spicug iijci. uiugu&euru-eiruniiu ui wigvormig-rondachtige slippen, kaal. Stengelbladen handvormig-gedeeld, met lijn-lancetvormige of lijnvormige, meest

crnüfrjinrliirA filinnAn VrnnVitioc mot

n o —i i j —

haakvormig gebogen snavel (fig. 5914). Bloemkroon goudgeel, vaak ten deele weinig ontwikkeld (fig. 591a). 0,15-0,45. 2J.. April, Mei. Tusschen het gras en op vochtigen, zandigen boschgrond. Vrjj zeldzaam . . . Gulden boterbloem. R. auricomus L. Wortelbladen alle handvormig-gedeeld (of gespleten) (fig. 592). Vruchtjes kaal. Stengel, bladstelen en bladen aan gedrukt-behaard.

Sluiten