Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijf ingevoegd. Bloemen meest gevuld. Bloemkroon rozerood, aan den voet donkerder. 0,80-1,50. Mei, .luni. Sierplant uit China (P. Moutan Sims.).

Struikpioen. t I». nrbórea Don.

XI.III. Fam. Nymphaeaceeën. Waterleliën, xni.

Kelk 4-5-bladig. Bloembladen veel, langzamerhand naar linnen in meeldraden overgaand. Vruchtbeginsel veelhokkig, met veelstraligen stempel.

1 Kelk 4-bladig (fig. 610). Bloembladen zonder honiggroefje, wit. Meeldraden aan den voet met bet vruchtbeginsel vergroeid.

N y m p h a é a 334.

Kelk 5-bladig (fig. 611). Bloembladen aan de rugzijde van een honiggroefje voorzien, geel. Meeldraden vrij . . Nüpbar 334.

1. Nymphaéa Sm.

Bladen drijvend, rond, met havtvoimigen voet, gaafïandig (fig. 610).

Bladstelen rond, evenals de bloemsteel buisvormig (met 4 groote luclitholten). Bloemen groot (circa 0,10 in middellijn), iets welriekend. Stempelstralen 8-24, smal, niet gegroefd , geel. Bloemkroon wit. 2|. Mei—Augs. In kolken, vijvers, slooten en veenplassen. Algemeen. Witte pompebloemen. Waterroos. Witte watertulpen.

Waterlelie. N. alba L.

Bij ons is alleen de ondersoort melocarpa ' Casp., waarvan de kenmerken dan ook boven zijn opgegeven, aangetroffen.

2. Nüphar Sm.

Bladen drijvend, eirond, hartvormig ingesneden, gaafrandig (fig. 611). Bladstelen driekantig, evenals de bloemstelen fijn-buisvormig. Stempelschijf gaafrandig, 10-20-stralig,

met Dij oen rana veruwiji™ Fig. 6ll. Nuphar lu.eum.

Stralen. Bloemen U,lM-0,U4 in a kolk: 6, c kroonbladen; d, e meelmiddellijn, onaangenaam riekend, draden; f vrucht; </zaad, sterk verKroonbladen omstreeks '/4-maal zoo

lang als de kelkbladen, evenals deze geel. 4- Mei—Augs. In kolken, vjjvers, slooten en veenplassen. Algemeen. Boterkarn. Kankerbloem. Gele pompebloem. Gele plomp. N. Iliteum Sin.

Sluiten