Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLIV. Fam. Papaveraceeën. Papaverachtige n. xiii.

Kelk (l-)2-bladig, vroeg a/vallend. Bloemkroon 4-blatlig. Meeldraden veel, op den bloembodem ingeplant. Stamper 1 met 2-15 stempels. Doosvrucht door onvolkomen tusschenschotten sonw schijnbaar veelhokkig. Meest met melksap.

1 Bloemkroon en kelk aanwezig, de laatste vroeg afVallend ... 2 Bloemkroon ontbrekend. Kelk 2-bladig. Melksap geel . . . . Boccónia

2 Kelk 2-bladig, vrij 3

Kelkbladen mutsvormig vergroeid, dwars loslatend. Doosvrucht zeer verlengd, hauwvormig, 2-kleppig. Melksap waterig E se h sc h ól z i a 33 t.

3 Melksap wit 4

Melksap geel 5

4 Doosvrucht bol- of knotsvormig, veelhokkig, zich onder den stem¬

pel met poriën openend ("fig. 614) Papaver 333.

Doosvrucht lang, hauwvorinig, 2-kleppig. Klepien van boven naar beneden loslatend llig. Blöl Glaiicium I.

5 Doosvrucht verlengd, hauwvormig, 2-kleppig. Kleppen van beneden

naar boven loslatend (fig. 617) . . . . Chelidónium 33t.

Doosvrucht eirond, stekelig. Stempel b(ina zittend Argemóno 333.

1. Boccónia PI.

1 Plant blauwgroen, b(|na berlipt, met groote bladen en krachtige stengels met groote pluimen van kleine bloemen. Kelkbladen spoedig afvallend. Meeldraden H-28, zuiver wit. Maden bochtig vinlobbig, met afgeronde lobben. 1,60-8,00, Juni—

Septr. Sierplant uit China en Japan -j- B. oordata Willrt.

2. Argemóne Trn.

1 riant blauwgroen, stjjfstekelig. Kroonbladen 4-ti. Stempel 4-7-stralig. Bladen witgeribd. Bloomen geel. 0,20-u,ö0. Q. Juli, Augs. Sierplant uit Mexico.

f A. mexicann L.

3. Papaver Trn. Klaproos.

Kruiden met meestal bebladerde stengels, vinspletige tot vindeelige bladen en groote, langgesteelde bloemen 1

1 Stengelbladen stengelonivattend , kaal, ongedeeld. 1'lant blauwgroen. Bladen lang¬

werpig, ongelijk getand Bloemstelen meest afstaand-behaard Meoldraden naar boven verbreed Doosvrucht bol- of eirond. Bloemkroon wit, aan den voet lila en de zaden wit, of blauwachtig-rood of purper, aan den voet zwait en de zaden blauwzwart. 0,H0-1,20. O Juni-Augs. Veel gekweekt, vr(j vaak verwilderd. Uit Klein-Azif* .... HeuWol. Maankop. Slaapbol, t F. somiufernm L.

Stengelbladen niet stengelomvattend, behaard, vindeelig ... 2

2 Bladen niet alleen wortelstandig 3

Bladen alle wortelstandig, gevind, met, bochtige of vindeelige blaadjes. Bloemen geel, wit of rood. Doosvrucht styf behaard. 0,30-0,45 © en 2(. Juni, Juli. Sierplant uit Siberië . . . Naakts te ngelige klaproos, f P. nudlcaule L.

3 Meeldraden naar boven verbreed (fig. 613a). Doosvrucht met bor¬

stels bezet 4

Meeldraden priemvormig. Doosvrucht kaal 5

4 Doosvrucht knotsvormig, met weinige rechtopstaande borstels bezet

(fig. 612). Stempel 4-6-stralig. Bloembladen donker scharlaken-

23*

Sluiten