Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lancetvormig, kortgesteeld (fig. 676). Bloemkroon wit. 0,05-0,25.

0O. Mei, juni. up zanaig zeesirana, in de duinen. Vrij algemeen.

Deensch lepelblad. C. danica L. 3 Onderste bladen cesteeld , rondacbtig-hartvor-

mig (fig. 677b), de middelste eirond, stomp-getaud (fig. 677a). Hauwtjes bijna bolrond. Bloemkroon wit. 0,10-0,40. OO en Mei, Juni. Langs de zeekusten,

algemeen, ook soms binnenslands.

(Mijdrecht, Nieuwkoop). Lepelblad. C. officinalis L.

Onderste bladen eirond of eirond-langwerpig, met afgeronden voet of in den bladsteel overgaand (fig. 678), de middelste langwerpig, getand of gaafrandig. Hauwtjes zijdelings samengedrukt, grooter. Bloemkroon wit. 0,10-0,30. OO- Mei> Juni- Langs de zeekusten, op kleigrond. Vrij zeldzaam.

Engelsch lepelblad. C. anglica L.

26. Camelina Crntz. Hutten tut.

Vlaadodder. Deder.

Kruiden met langwerpige oflancetvormige, aan den voet pijlvormige bladen en kleine, lichtgele bloemen. De onderate bladen gesteeld, soms vinspletig, de andere met pjjlvormigen voet zittend. 1

1 Stengelbladen langwerpig-lancetvormigof lancetvormig, gaafrandig of getand. Hauwtjes boven afgerond, reeds vroeg hard van schil. 0,20-0,60. O- — Juli. Op zandgrond, gekweekt als zomer-oliezaad en verwilderd. Door. H u 11 e n t u t. C. sativa Crntz.

Vormen:

st. nilósa Koch. Plant behaard

(fig. 679). Vruchttrossen vele, ta- Fig. 67<J. Camelina sativa. melijk verlengd. Hauwtjes omge- a kelk; b bloem: c kroonblad keerd eirond, 8- tot 4-maal zoo ^e.d^en laog als de stijl. Kleppen sterk groot; u zaad.

gewelfd. Bloemkroon geel. Zeldzaam.

25*

Sluiten