Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werpig, meest bochtig-getand. Hauwtjes tot aan den voet breed-

govleugeld, bijna cirkelrond, diep ingesneden, groot (0,015-0,18 breed), met veelzadige hokjes (fig. 683). Zaden zwart gestreept. Plant geelgroen. 0,15-0,30. r?I «n RfD. Mei—Sentr. Od bebouwden zandgrond.

ook aan dijken en wegen. Algemeen. Witte kiek. Fig. m. Kannetjeslcruid. Taschjes . . Witte krodde. T- arvé(188 L.

Stengel zwak gegroefd. Ktengelbladon met hartvormigen voot, gaafrandig of iets getand. Hanwtjfs wigvormig-omgekeerd-hartvormig, alleen naar boven gevleugeld, met 8-5-zadige hokjes (Hg. 614). Plant blauwgroen. 0,07-0,'25. O© en ©. Maart-Mei. Aangevoerd. Werkendam. Doorgroeide boerenkers. T. |icrloliatuiu li.

Fig. 084. Thlaspi perfoliatum.

<i bloem; b doze uitgespreid; c liauwtje, in (/ geopend. in e in doorsnede.

Fig. ti&j. Teesdalia nudicaulis.

a kelk: h bloem, c meeldraden en stamper; U onrjlp liauwtje, in e geopend, in /' in doorsnede; y rüp liauwtje; h zaad in doorsnede.

29. Teesdalia R. Br.

1 Bladen in een wortelroset, liervormig-vinspletig, met stompe eindslip, zeldzaam ongedeeld (fig. 685). Stijl zeer kort. Bloemkroon wit, klein. 0,03-0,20. ©©, zelden ©. April—Juni, zelden Augs., Septr. Op drogen zandgrond. Algemeen.

Klein tascbjeskruid. T. nudicaulis R. Br.

Sluiten