Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0,30-1,00. 4. Juni, Juli. In de duinen eo op vochtige plaatsen naar de zeezijde. Zeldzaam . . Peperkers. L. latlfolium L.

Kauwtjes eirond, spits, kaal (fig. 696a). Bovenste bladen lijnvormig, meest gaafrandig, wortel-

, 1 <■.,>«> f al \rr»r mier nr07.ani*(l OI aail

Üiaufll mug w öi i;iB-apaw)i » w. »"B > e .,

den voet vinspletig (fig. Bloemkroon wit. jrjg gös.

33. Capsélla Vent.

Hauwtjes driehoekig-omgekeerd-eirond, met korten stijl, op horizontaal afstaande stelen (fig. 096). Stengel rechtopstaand, vertakt of niet vertakt. Wortelbladen in een roset, gesteeld, meest bochtiggetand of vinspletig, de bovenste kleiner, zittend. Bloemkroon wit. 0,05-0,60. © en ©Q. Maart—Deer. Op bebouwde en onbebouwde gronden. Zeer algemeen.

Beursjeskniid. lepelblad. Tuinlepeltje. Lepeltjesdief. I^epels en vorken.

H erderstaschj e.

C. Bürsa pastóris Mnch.

34. Corónopus Hall.

Varkenskers.

Kruiden met neerliggenden, vertakten stengel, vindeehge bladen en

kleine, witte bloemen

Bloemstelen korter dan de bloemen (fig. 697). Hauwtjes niervormig, kamvormig-getand. Stjjl kort. Bladen vindeelig. Stengels liggend, vertakt. Bloemkroon wit. 0,05-0,25. ©. Juni Augs. Op

vochtigen kleigrond, aan wegen, ruigten, langs bouwland. Vrjj algemeen. (Senebiera Coronopus P°ir-'

Kraaienpoot. Varkenskers. C. Ruéllil All. Bloemstelen langer dan de bloemen. Hauwtjes aan den voet en aan den top ingesneden, 2-knoppig (fig- 698). Stijl kort, afvallend. Verder als de vorige. 0.08-0,40.

FU. U97. Coronopus Ruellii.

a kolk: h bloem; c hauwtje, in d de hellt er van in doorsnede in de lengte; e zaad, zeer vergroot.

Sluiten