Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Takken vierkant, glad of met enkele wratjes (fig. 785). Kroonbladen langwerpig, lichtgroen. Doosvrucht menierood. Zaadinantel oranje, het geheele zaad omgevend. Zaden wit. 0,90-2,40. 1% Mei, Juni. In boschrijke streken en heggen. Vrij algemeen. Ook als sierstruik . Papenmuts. Kardinaals muts. E. europaéus L.

Fig. 78-"). Euónymus europaeus, Fig. 78»5.

a kolk: !> bloem van voren; in c van achteren : Euónymus verrucosus.

d stamper en schj)f; e onrijpe, /' rype vrucht: y zaad.

Takkon rolrond, dik met zwarto wratjes bezet (fig. 7^'»». Kroonbladen rond, groenachtig met bloedroode punten. Doosvrucnt geelachtig. Zaadinantel bloedrood, slechts de helft van het zaad omgevend. Zaden zwart. 1,20-1,80. b. Mei, Juni. Sierstruik uit Oost-Duitschland -j* E. verrucósos Scop.

LX1X. Fam. Aquifolinccecil. Hulstachtigen, v.

Heesters of hoornen met stijve Maden. Kelk 4 9-spie tij. Bloemkroon 4-9 deelig. Meeldraden 4-9, voor de kelkslippen staand. Stamper 1, met zittend en, 4 6lobhigen stempel. Vrucht een bes.

1 Kolk 4-5-tandig, blijvend. Bloemkroon stervormig, 4-5-deelig. Meeldraden 4-5. Stempels 4-5, zittend. Bes 4-5-zadig. Ilex 433.

Kelk <4)-6tandig. Bloemkroon stervormig, 4-6-spletig. Meeldraden 4-6. Stempels 6-8. Vrucht een ö-8-steenige bes Prinos

Sluiten