Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Ilex L.

Bladen eirond, met stekelpunt, stekelig getand en gegolfd, glanzig, lederachtig (fig. 787). Bloemen in 5-10-bloemige bijschermen, in de bladoksels. Bloemkroon wit. Vruchten rood. 0,60-3,60. Mei, Juni, vrij vaak ook Herfst. In bosschen. Vrij algemeen. Ook vaak als sierstruik Hulst. I. Aquifólium L.

Fig. 787. Ilex Aquifolium. Fig. 788. Vitis vinifera.

u kelk: b bloem: c stamper: d vruch- a kelk; b bloem, die open gaat; c meelton' bil e dwars doorgesneden. draden en stamper: d vrucnttros; e bes ' v in doorsnede; / zaad.

2. Prfnos L.

1 Bladen alttfd groen, langwerpig, spits, aan den top iets getand, glanzend. Bloemen in de bladoksels, meest !i bijeen. Bloemkroon wit. Vruchten zwart. 1.00-2,Ou. b. Juli, Angs. Sierheester uit Canada Alt.

LXX. Fam. Vitaceeën Wjjnstokachtigen. v.

Klimplanten mei heclitranken. Kelk gaafrandig tot 4-5-tandig. Blotmkroon 4-5bladig, raak van boven verbonden. Meeldraden 4 5. voor de kroonbladen staand. Stumper met 1 stijl en stempel. Vrucht een tweehokkige bes.

1 Kelk 6-tandig. Kroonbladen van boven verbonden, mutsachtig van den voet loslatend.

Bladen meest gelobd - v ' J'8 •••■

Kelk bijna gaaf. Kroonbladen uitgespreid, van den top naar den voet loslatend. Bladen handvormig-samengesteld Ampelópsis S34.

hei kels, Geïll. Flora, 4'le druk. 28

Sluiten