Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, afvallend. Vrucht meer lang dan breed (fig. 813). Vruchtjes zeer smal gevleugeld-gekield, sainenneigend. Bladen omgekeerd eirond, de onderste lijnvormig. 0,05-0,25. 2J.. April—Herfst. Vindplaatsen als de vorige. Vrij algemeen.

Voorjaarssterrekroos. C. vérna L.

Kig. 813. Fig. 814. Buxus sempervirens.

u mannelijke bloem; b vrouwelijke bloem; c jonge vrucht; (l rijpe vrucht; e zaad.

LXXIV. Fam. Buxaceesn. xxi.

Heesters, 1-huizig. Mannelijke bloemen met 4-f5-)slippig bloemdek en 4(-6) meeldraden. Vrouwelijke bloemen met 5-slippig bloemdek en een bovenstandiq, 3-liokkig vruchtbeginsel met 3 stijlen en stempels. Vrucht een 3-hokkige doosvrucht. Bloemdek ongelijk 4-ó-slippig. Stijlen blijvend. Stempels groot. Vrucht een lederachtige doosvrucht Buxus 44».

1. Buxus Tm.

Bladen tegenoverstaand, elliptisch , gaafrandig, lederachtig, van boven donkergroen , van onderen witachtig (fig. 814). Bloemen in kluwens, in de bladoksels, groengeelachtig. 1,00-4,00. Ij. Maart, April. Vaak gekweekt en söms verwilderd.

Buksboom. Palmboompje, B. sempervirens L.

LXXV. Fam. Empetraceeën. xxii.

Heesters, 2-huizig. Kelk en bloemkroon 3-bladig. Meeldraden 3. Stamper 1, met bovenstandig vruchtbeginsel, 1 stijl en 6-9 stervormig geplaatste stempels. Vrucht een 6-9-zadige bes.

Sluiten