Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorinic, vaak gelobd of handvormig gedeeld. Bladscheeden buikig. Schermen stralend. Bloemkroon wit, zeldzamer rood of geelachtig. 0,90-1,50. 2j.. Juni—Herfst. In grasland, langs dijken en wegen, in bosschen en op beschaduwden zandgrond. Algemeen.

Bereklauw. H. Sphondy'lium L.

H n h r q i c u m Desf., Perzische bereklauw, vindt men niet zelden ais sierplant 'in tuinen. Bladen van boven kaal, van onderenzacht-behaard.Blaadjesi^spretig, mpr l-in^werniK-lancetvormiee. lang toegespitste, ongeluk getande . lippen. Un windsel e^ o^wfndseltjes veeibladig. Vruchtbeginsel dicht-behaard- Bl^n,kroon wit 1 80-2 40. 4. Juli, Augs. Uit Perzie. ook verwilderd (den Haag, Doidreclit).

Ook v'indt men als sierplant 11.' villósum Fisch. (H. giganteum Hort.). JBJadMi boclitie vinsDletig scherp gezaagd, toegespitst, van onderen griisviltig. Oniwind selt es neergeboiren. Scherm met weinig stralen. Vrucht elliptisch, gewimperd, in de jeugd vUtig^ later wollig. Bloemen wit. i;i0-2,00. ©0. Juni-Augs. Uit Sibene.

Fig. 855. Heracleum Sphondylium.

a een omwindselblaadje; b bloem; c vrucht.

Fig. 856. Daucus Carota.

a bloem; b vrucht; c halve vrucht doorgesneden.

29. Cüminum Bauh.

Bloemen rose of purperrood, stralend. Plant onbehaard met. dubbel-geunde bladen, vallig opgeslagen (Leiden, Haarlem) Kom (In. C. Cy mlnum Li.

30. Daücus Trn. Peen.

Stengel stijfbehaard (fig. 856). Bladen dubbel- tot 3-voudig-gevind.

Sluiten