Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 8(58. Chaerophyllum bulbosum. Fig. 869. Myrrhis odorata.

a bloem: l> r\)pe vrucht, by r een helft a bloem: b stamper: c vruchten:

in doorsnede. d rijpe vrucht.

Stengel beneden st^jfbehaard en daar alleen roodgevlekt, boven kaal, onder de knoopen verdikt ifig. 888). Bladen 3-4-voudiggevind, met spitse, lancetvormige tot lijnvormige slippen. Omwindseltjes bijna altijd kaal. Bloemkroon wit. 0,60-1,80. r.,(. . Juni, Juli. Nijmegen, Oostvoorne, Rijswijk (O.), Alblasserdam.

Knolribzaad. C. bnlbósum L. Deze lukt op Anthriscus si 1 vest ris, doch is er door de vrucht gemakkelijk van te onderscheiden.

38. My rrhis Tm.

Bladen .S-voudig-gevind, zacht-behaard (fig. 869). Blaadjes vinspletig, met langwerpigeironde, vaak getande slippen. Bladen der omwindseltjes gewimperd, later terug-

37. Chaerophyllum Trn. Rib zaad.

1 Stengel weinig ruw-behaard, onder de knoopen iets verdikt, meest

overal roodgevlekt. bladen dubbel-gevind, dofgroen, met vinspletige blaadjes en stompe slippen (fig. 867A). Bladen der omwindseltjes gewimperd (fig. 867a). Bloemkroon wit. 0,30-1,20. O©- Mei— Juli. Aan heggen , onder kreupelhout, op ruigten. Algemeen.

Wilde kervel. Dronkert.

Dolle kervel. C. témulum L.

Sluiten