Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 Bladen enkelvoudig 7

Bladen dubbel- tot drievoudig gevind Hotóia 4'&.

7 Kroonbladen gaafrandig. Doosvrucht 2-hokkig. Saxifraga 4m.

Kroonbladen min of' meer sterk ingesneden. Doosvrucht 1 hokkig. T e 11 i m a 43&.

8 Bladen ongedeeld. Meeldraden 10 of meer. Stijlen 8-">. Vrucht een doosvrucht.

Bloemen wit, vr(j groot ü

Bladen 3-5-iobbig of -spletig (fig. 899). Meeldraden meest 5. Stijl 1. Vrucht een bes.

Bloemen niet wit, klein Ribes 4Sl.

II Bladen verspreid. Meeldraden 5. Stijl 1, zich later in 2en scheidend. Vruchtbeginsel halfonderstandig. Bloemen klein, in trossen Itea 4 71)

Bladen tegenoverstaand. Meeldraden 8, lu of meer. Stijlen 2-5. Bloemen «root of' vr(j Kroot 7 . 10

10 Meeldraden talrijk (16 of meer). Kelkslippen 4-5. Kroonbladen 4-5. Stijlen 4-5, meest

vergroeid Ph i 1 adélp h u s 4SO

Meeldraden hoogstens 15, meest .8-10, zelden 4 of 5 n

11 Bloemen vaak allo of ten deele onvruchtbaar, groot. Helmdraden 8-10, draadvormig.

Kelkslippon 4-5. Kroonbladen 4-5. Stijlen 2-4 Hvdrangea 480.

Bloemen allo 2-slachtig. Helmdraden lu, govleugeld. Kelkslippen' 5. Kroonbladen 5*

ht«len f* De ii tz ia J80.'

De familie der Saxifragaceeën wordt in 6 onderfatniliën verdeeld, nl. de Escallonieeën (gesl. Itea), de Saxifrageeën (gesl. Saxifraga, Telliraa, Hoteia, Heuchera, Chrysosplenium, Adoxa), de Parnassieeën (gesl. Parnassia), deHydrangeeën (gesl. Hydrangea), de Philadelpheeën (gesl. Philadelphus, Deutzia) en de Ribesieeën (gesl. Kibes).

1. I'tea L. v.

1 Kroonbladen 5, lancet-lijnvormig. Bloemen klein, in eindelingsche, smalle trossen Bladen ei- tot lancetvormig, spits, getand. Bloemen wit. 1,002,HO. h .Inli Autrs Sierheester uit Virginiê t i/v|rBJnlea L.'

2. Saxffraga L. Stccnbreek. x.

Meestal kieine kruiden met enkelvoudige bladen , wier onderste zeer vaak dichte rosetten vormen, en meestal witte bloemen. ... 1

1 Behalve de bloemstengel zijn er bebladerde nevenstengels aanwezig

(fig. 886) 2

Geen bebladerde nevenstengels. Bloemkroon wit (fig. 887) ' .' 3

2 Kelk niet het vruchtbeginsel vergroeid, zijne slippen rechtop, of afstaand. Bloembladen

wit, 3-4-maal zoo lang als de kelk. Bladen der rosetten handvormig .i-S-suletiir !Ji. ,V. ornlig toegespitste, stekelpuntige slippen, hoogere bladen meest oneedeeld lijnvormig. Gesteelde bladknoppen in de bladoksels. Tros 'l-l2-bloe m0,06-0,12. 4. Mei, Juni In tuinen gekweekt, een paar malen verwilderd. «• v. . . M oss teen b reek. + S. hvinioiiles L

rrn ^len vL?am»1e" J'JIÜ» ' de kJelk"i1liPPei' teruggeslagen ifig.88rt). 'Bloembladen aan den \oet met - knobbels, goudgeel, aan den voet niet roode puntjes. 4-".-maal zoo lang als de kelkslippen. Met onderaardsche, bebladerde uitloopers. Bladen lancet-lynvormlg, gaafrandig. 0,12-0,25. 4. Juli-Septr. Alleen in een veen W neerdinge gevonden Bokjessteenbreek. S. Ilirculus L.

Sluiten