is toegevoegd aan je favorieten.

Geïllustreerde schoolflora voor Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0,05 0,15. 2).. Maart—Mei. Op vochtigen, beschaduwden grond, vooral aan oevers van beekjes. Vrij zeldzaam.

Wisselbladig goud veil. C alternifólium L.

Bladen tegenoverstaand, kortgesteeld, halfcirkelrond, verwijderd gekarteld, met afgeknotten voet (fig. 893, 2). Stengel kantig. Bloemen eD schutbladen groenachtig-geel. 0,05—0,10. 2J.. April, Mei. Op dezelfde plaatsen als de vorige. Vrij zeldzaam.

Paarbladig goudveil. C. oppositifólium L.

Kleiner en teerder dan de vorige, ook in zomer en herfst, aan de verlengde bladloten door den bladstand te herkennen.

7. Adóxa L. v.

1 Wortelstandige bladen langgesteeld, dubbel-3-tallig, het paar bladen aan den stengel 3-tallig (fig- 894). Bloemen 5-7 bijeen in een eindelingseb, bijna dobbelsteenvormig hoofdje. Bloemkroon groenaehtig-wit. Plant zwak naar muskus riekend. 0,07-0,20. 2}.Maart—Mei. Op lossen, zandigen, vochtigen boschgrond, soms veel bijeen. Vrij algemeen. Muskuskruid. A. Moschatellina L.

Kig. S!»4. Adoxa Moschatellina.

a bloem van achteren: b van voren: e kelk eener topbloem; d, e meeldraad : f st()l; g vrucht.

Fig. H!tó. Parnassia palustris.

a nevendoelen der bloemkroon niet don stamper.

8. Parnassia Trn. v.

Stengel rechtopstaand, kantig (fig. 895). Wortelbladen langgesteeld,