Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloemtrossen zonder schutbladen (fig. 915). Bladen eirond tot langwerpig, met afgeronden voet, toegespitst, getand, met vanboven

/.i 1 IJ...

gegi oeiaen, ougevieuguiueii sieei. Kroonbladen even lang als de kelkslippen. Vrucht peervormig, met gekromde borstels bezet, 2-hokkig. Stengel meestal behaard. Bloemkroon wit, vaak iets rood. 0,300,60. IJ.- Juni—Septr. In bosschen en onder struikgewas. Vrij algemeen . . . . Stevenskruid.

C lutetiana L.

f. Gaüra L. vm.

Onderste bladen spatelvormig, liervormlg of bochtig vinspletig, de overige ljncetvormig, bochtig getand, de bovenste meest gaatïandig. Kelkzoom veel langer dan de buis. Kroonbladen spatel-ruitvormig, wit. Meeldraden 6-8. 1,00-1,50. (■—Augs., Septr. Sierplant uit N.-Amerika.

G. Lindheliuérl Kiifilnt.

9. Trapa L. IV.

Ondergedoken bladen paarsgewijs, lijnvormig,

vormig vertakte wortels , de drijvende in Fig. 915. Circaea lutetiana. rosetten . langgesteeld, ruitvormig, getand, a i,|00tll; i, na wegneming der

lederachtig (lig. 916). Bladstelen in het mid- kroonbladen; c vrucht, bij rf dwars den vaak buikig opgeblazen. Bloemen alleen- doorgesneden; c zaad.

staand in de bladoksels. Bloemkroon klem,

wit. 0,60-1,20. • . Juli—Septr. Vroeger inlandsch, in vijvers, nu niet meer.

Water noot. T. nat hum L.

Tig. 916. Trapa natans.

n bloem b bloem, bij c zonder kelk; 'I vruchtbeginsel met meeldraad r vrucht, b(j /' overlangs doorgesneden.

Sluiten