Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 Stijl 1. Vrucht een steenvrucht. Bloemen alleenstaand of in 2-

raeerbloemige bloeiwijzen *) 24

Stjllen 2-5. Vrucht doosvruchtachtig, openspringend, meerzadig 21

21 Bladen verspreid 22

Bladen tegenoverstaand, enkelvoudig. Sierheester . . . Rliodoty pos 5 tti.

22 Vruchtjes meerzadig, vrij of' vergroeid (fig. 982). Kroonbladen wit tot rood, op een schijfvor¬

mig uitgebreiden bloembodem. Planten 2-slachtig of 2-huizig. Kruiden of heesters. 23

Vruchtjes eenzadig, bolrond, vrij. Kroonbladen geel. Bloemen 2-slachtig. Heesters.

K é r r i a SI O.

28 Vruchtjes aan den voet verbonden, met 2-4 zaden, b(j rijpheid opgeblazen, 2-kleppig. Steunbladen vr(j groot, afvallend. Bloeiwijze scherm-pluimvoimig.

Physocarpus S17.

Vruchtjes vrij, meerzadig, niet opgeblazen, alleen aan den buiknaad openspringend, voor de kroonbladen staand. Steunbladen klein of verdwijnend. Bladen ongedeeld of gelobd.

Spiriiea 317.

Vruchtjes aan den voet verbonden, voor de kelkslippen staand, niet opgeblazen, alleen aan den buiknaad openspringend Steunbladen duidelijk. Bladen oneven-gevind.

Ba s i 1 i m a sié»

24 Bloemkroon meest wit of lichtrose (fig. 988). Vleesch der steenvrucht sappig. Steen gegroefd of glad . . . . Prunus 319.

Bloemkroon rosé (fig. 9831. Vleesch der steenvrucht niet sappig. b(j rijpheid onregelmatig openspringend. Bloemen 2 aan 2, zelden alleenstaand. Aniygdaius Sin.

De tamilie der Rosaceeën wordt in 6 onderfamiliën verdeeld nl. de Pomeeën (gesl. Crataegus, Mespilus, Cotoneaster, Cydonia, Amelanchier, Pirus, Sorbus), de Roseeën (gesl. Rosa), de Potentilleeën (gesl. Geum, Rubus, Fragaria, Comarum, Potentilla, Alchemilla), de Poterieeën (gesl. Sanguisorba, Agrimonia), de Spiraeeën (gesl. Aruncus, Spiraea, Physocarpus, Basilima, Ulmaria, Gillenia, Rhodotypos, Kerria) en de Pruneeën (gesl. Aniygdaius, Prunus).

1. Crataégus L. Meidoorn. Hagedoom. Haagapptlboom. xn,

Iioomen of heesters met gedoomde takken, verspreide, gesteelde, aan den voet meest wigvormige bladen , halfhartvormige steunbladen en eindelingsche , schermvormige trossen of beschermen van bloemen. 1

1 Bladen langgesteeld of gelobd tot gedeeld 2

Bladen kortgesteeld, ongelobd 4

2 Stglen 1 of 2 3

Styien ö. Meeldraden meest 1015. Waden eirond of hartvormig, zwak gelobd,gezaagd, dun, niiii of moer behaard, zeer groot. Vrucht melig, met groote gezaagdo kelkslippen, behaard, scharlakenrood. Bloemkroon wit. 3,00-6,00. Ij. Mei. UitN.-Amerika.

Sc ha rl a k en r oo d e meidoorn, t C. eoecinea L.

3 Hladen 3- zeldzamer 5-lobbig, met naar voren gerichte, ongelijk ge¬

zaagde lobben, van onderen bleeker, evenals de takjes kaal. Kelk-

•| lil liet wild komt van do onder 24 go noem de geslachten b y ons alleen het geslacht Prmias voor.

heikels, Gtiü. Flora, 4<lc druk. 32

Sluiten