Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slippen eirond. Stijlen meest 2(-3). Vrucht met 2 of 3 steenen, eirond, rood (fig. 927). Bloemkroon wit. 1,80-4,50. Mei.

In heggen en bosscnen. vrij algemeen. Uok in parken met gevulde bloemen. (Méspilus Oxyacantha Gaertn.)

Tweestijlige meidoorn. C. Oxyacantha L.

Bladen vinspletig tot bijna vindeelig, met naar voren gezaagde slippen, van onderen bleekgroen (fig. 928). Bloemstelen meest bebaard of kaal. Kelkslippen lancetvormig. Stijl meest 1. Vrucht met slechts een steen, bolrond, rood. Bloemkroon wit. 1,20-4,50. 1). Mei, Juni, 14 dagen later dan de vorige. In heggen en bosschen. Vrij

algemeen. In tuinen en parken in vele vormen (met rose, Fig. 927. vleeschkleurige, donkerroode, enkele en gevulde bloemen) gekweekt. (Méspilus monogyna Willd.).

Eenstijlige meidoorn. C. monogyna Jacq.

Fig. 928. Crataegus monogyna. Fig J929. Mespilusjgermanica.

u bloem zonder kroonbladen; b vrucht, a bloem na verwijdering der kroonbladen overlangs doorgesneden; c steenkern. en der meeste meeldraden; fekroonblad:

c meeldraad ; d vrucht: e vruchtbeginsel, dwars doorgesneden; f een vruchtblad.

4 Bladen lederachtig, van boven glanzig, omgekeerd-eirond, met wigvormigen voet, van voren dubbel-gezaagd, geheel kaal. Schermvormige trossen kaal. enkelvoudig of piuimvormig. Kelk rechtop-of afstaand. Meeldraden 10 Stalen 2 of 1. Vruchten rood, hard. Doornen 0,03-0,06 lang, boogvormig naar beneden gekromd. Bloemkroon wit. 3,00-4,00. Ij. Mei, Juni. Uit Noord-Amorika.

Hanespoormeidoorn. -j* C. Crus g&lli L.

Sluiten