Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kroon vrij groot, meest bleekgeel. 0,30-0,60. 2).. Juni, Juli. Aangevoerd. Zeldzaam. . . . ltechte ganzerik. P. rècta L.

Hiertoe behoort de ondersoort pilósa (P. pilósa Wil ld.), waarbij de langere haren van den stengel losser en zachter zijn en waarbij de blaadjes der steeds 5-tallige wortelbladen langwerpig-oragekeerdeirond zijn. Kroonbladen goudgeel. Kiel der vruchtjes smaller.

Aangevoerd. Deventer, Apeldoorn, iieriicum, Asten.

Stengel door gekroesde haren viltig, bovendien vaak nog wollig door langere haren. Stengel onder het midden vertakt. Stengel meest boogvormig opstijgend met een losse schermvorrnige pluim. Wortelbladen 5-tallig. Blaadjes grof-gezaagd (fig. 973), aan weerszijden behaard, die der bovenste bladen langwerpig, naar den voet versmald. Bloemen klein, goudgeel. Vruchtjes gevleugeld-gekield. 0.20 0.40. en 21. Juni-Ausrs. Aangevoerd. Zeldzaam.

(P. inclinata Vill. var. viréscens Boiss.) Fls- 97a

Middelste ganzerik. P. intermédia L.

14. Alchemilla L.

L e e u w e n k 1 a u w. tv. i.

Meest veehtengelige kruiden met gaffelvormig vertakten stengel en kleine, groene hoopjes van bloemen, die een

bloemkroon missen 1

Onderste bladen rondachtig-niervormig, (niet tot het midden) 5-9-lobbig, langgesteeld (fig. 974). Lobben bijna halfcirkelvormig, gezaagd. Bloemen ia eindelingsche bijschermen. Meeldraden 4. Kelk groen. 0,15-0,30. 2J.. Mei— Juli. Op grazige, beschaduwde plaatsen. Vrjj algemeen.

Vrouwenmantel. A. vulgaris LBladen handvormig 3-5 spletig met wigvormigen voet (fig. 975). Slippen van voren ingesneden, 3-5-tandig. Bloemen in bladokselstanditre kluwens.

Meeldraad 1. Kelk groen. 0,05-015. „

O* Mei—Herfst. In korenland. Vry overlangs doorgesneden:d vruchtjes, algemeen. Synnauw. Akkerlecuwenklauw. A. arvénsis Scop.

15. Potérium L. Sorbenkruid. iv. (xxi).

Kruiden met naar boven onbebladerden stengel, oneven gevinde bladen en bolvormige hoofdjes van bloemen 1

Sluiten