Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90. P a p i 1 i o n a e e e ë n.

Kelk, bloemkroon en peulen kaal. Stengel opstijgond of rechtopstaand , zonder doornen. Bloemkroon goudgeel. 0,30-0,60. K Juni—Augs. In bossehen en heidevelden. Vrij algemeen.

Verfbrem. G. tinctória L.

G. elatior Kool) met steeds rechtopgaanden stengel en 0,90-1,20 lange takken, is bii Rhenen gevonden.

3 Bladen blauwgroen, evenals de takken , bloemstelen, kelken en peulen kaal. Schutbladen ovaal, langer dan de bloemsteel. Bloemkroon geel. 0,15-0,90. K Mei, Juni, soms tot Augs. In de heide-en veengronden. Algemeen. . IIiethekel. Stekelheide. Kattendoorn.

Stekelbrem. G. anglica L.

Fig. 998. Genista germanica.

a kelk; b bloem; c vlag: d zwaarden; e kiel: f meeldraadbuis en stamper; g stamper, opengesneden.

Tig. 9'.*4. Cytisus Laburnum.

Bladen grasgroen, aan den rand, evenals de takken, bloemstelen, kelken en peulen , ruwbehaard (Kg. 993). Schutbladen priemvormig, half zoo lang als de bloemsteel. Bloemkroon goudgeel. 0,30-0,60. K Mei, Juni. In bossehen. Zeer zeldzaam. Alleen in Gelderland en Noord-Brabant. Duitsche brem. G. germanica L-

6. Cytisus Tm. Gouden regen.

Hoesters'ot' boonien met moestal 3-talligo bladen 011 meest gelo bloemen, die meestal

in hoofdjes of troMM TtlW 1

Stengel niet govloupeld. Bladen 'Mal lig 2

Sluiten