Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25. Halimodéndron Fisch.

1 Takken uitgespreid. Biaden (l-) 2-parig, langwerpig-spatelvormig, grjjs door aanlig gende haren. Steunbladen priem vormig, meest stekend. Bloemen in 2-5-bloemigc trossen. Bloemkroon violet. 1,00-1,60. Ij. Juni, Juli. Sierstruik uit Siberië en Tartartfe Zo ut struik, f- H. argénteam Lmk,

26. Astragalus L. Hokjes peul.

1 Bloemkroon groenachtig geel (fig. 1035). Stengel liggend of opstijgend, bijna kaal, Blaadjes 9-13, ovaal. Onderste steunbladen vergroeid. Peulen lijnvormig, iets gebogen, kaal. 0,.'50-1,20. 2J.. Juni—Septr. In heggen en tusschen kreupelhout in de omstreken van Nijmegen, Valkenburg en Hilversum.

Hokjes peul. A. glycyphyllus L.

Bloemkroon purper-blauw. Stengel opstijgend, evenals de bladen en kelken behaard. Blaadjes 15-25. Peulen eirond, toegespitst. Trossen dicht, veelbloemig, omgekeerd-eirond, met een steel veel langer dan het blad. 0,20-0,50. Juli— Septr. Op een ruigte by Rotterdam en bij Arnhem.

Esparcette hokjespeul. A. Onobry'chls L.

27. Coronilla L. Kroonkruid.

Kruiden of heesters met oneven-gevinde, zelden 3-tallige bladen , gaafrandige blaadjes en okselstandige, gesteelde schermen 1

1 Rechtopstaande heester. Blaadjes 5-13. Scher¬

men (2-)3-bloemig. Bloemstelen korter dan de kelkbuis. Nagel der kroonbladen 2-3maal zoo lang als de kelk. Peulen rolrond. Bloemkroon geel. 1,00-1,50. Ij. Mei—Juli. Sierplant uit de Alpen. Struikkroonkruid. f C. Kmeras L.

Kruidachtige plant 2

2 Steunbladen vrij (fig. 1036). Scher¬

men 5-20-bloemig. Bloemkroon wit, vlag rose, kiel met donkerpurperkleurigen snavel. Stengel liggend of opstijgend. Blaadjes 15-25. Bloemstelen 3-maal zoo lang als de kelkbuis. 0,30-1,20. I).. Juni—Septr. Op droge, grazige plaatsen. Vrij zeldzaam. Kroonkruid. C. varia L.

Steunbladen, althans de onderste, vergroeid. Bloemen geel. Bladen 3-tallig. Schermen

£4-Dioemig. cuu-0,40. Mei-Juii w. Uit Fig< 1036> Coronilla varia.

/uid-Luropa. Op moerasgrond. Apeldoorn, „ ... . . t ,

Amersfoort, Rotterdam, Amsterdam. :kr°°" mde^: (/,moe'

Schorpioen kroonkruid. draden en stamper: «meeldraad:/-peul, C. seurploidrs Koch. b« 9 opgesneden; * zaad.

28. Ornithopus L. Vogelpootje.

Veelstengelige. behaarde kruiden met oneven-gevinde, uit vele blaadjes bestaande bladen en okselstandige, langgesteelde schermen. 1

Sluiten