Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloemen knikkend, lila. Meeldraden van onderen vergroeid. 0,20-0/50. !(.. Mei, Juni. Sierplant uit N.-Amerika f I). Jleadéa L.

8. Cyclamen L. v.

1 Bladen niervormig, bijna cirkelrond, iets gekarteld, van onderen purper. Kelkslippen spits. Stjjl nauwelijks uitstekend. Bloemen purper, weinig riekend. 0,08-0,15. 4. Augs., Septr. Sierplant uit de Alpen -f- C. europueum L.

9. Hottónia L. v.

1 Hladen ondergedoken (fig, 1099}. Bloemen in een eindstandigen, ijlen tros. Steel van den tros en de bloemstelen en kelken klierachtig-behaard. Bloemkroon wit of bleekrose, keel geel. 0,150,45. 4. Mei—Juli. In slooten, poelen en op moerassige gronden. Algemeen. Pinksterbloem. \V a te r v io 1 i e r. H. palüstris L.

Fig. 10U9. Hottonia palüstris.

n opengelegde bloemkroon: h kelk met vruchtbeginsel, dat by c dwars is doorgesneden ; d 5-kleppige, rüpe doosvrucht.

Fig. 1100. Samolus Valerandi. a kelk: h bloem: c opengelegde bloemkroon: (l kelk en vruchtbeginsel: «kelk en doosvrucht.

10. Samolus Trn. v.

Bladen spatelvormig-omgekeerd-eirond, verspreid, iets vleezig, de onderste in een roset (fig. 1100). Bloemen klein, in een eindelingschen, ten laatste verlengden tros. Bloemkroon wit, keel geel.

Sluiten