Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Syringa L. Sering.

1 Bloemen duidelijk ge3teeld. Bloemsteel langer dan de kelk

Bloemen zeei'kort-of ongesteeld , meest opeengedrongen. Bladen van onderen lichter, i! Bladen met hartvormigen voet, breed-eirond, spits, gaalïandlg, kaal ifig. 1105). Zoon der bloemkroon iets verdiept. Bluemkroon blauwachtig, lila of wit. 3,00-6,00. I) Mei, Juni. Sierstruik uit Hongarije, soms verwilderd Sering, f S. vulgiirls l,

Bladen aan den voet versmald

3 Bladen eirond-lancetvormig, toegespitst. Zoom der bloemkroon vlak. Bloemkroon rood ach tig of lila. 3,00-4,50. I/. Mei,Juni. Sierstruik ui„ China (S. Rothomagénsis Renault.

Chineesche sering. -J- s. cliiiiéiisls Willd Bladen lancetvormig, met breederen voet, soms vinsplet:g ingesneden (S. laciniata.

7nnm Har hlnoinlfrnnn iot.u varHiont. Riftom» «

kroon blauw-lila of wit. 1,50-3,(X>. b. Mei, Juni. Sierstruik uit Perziö.

Perzische sering, f S. pérsica L.

4 Bladen langwerpig, spits, iets vleezig, van boven donkergroen, mot van ouderen niet vooruitspringende nerven. Zoom der bloemkroon iets verdiept. Bloemkroon violetblauw. 'J,00-3,50. Ij. Juni. Sierstruik uit Hongarije.

Hongaarsche sering, f S. Josikaa Jacq.

Bladen langwerpig of langwerpig-lancetvormig, van onderen met vooruitspringende nerven. Zoom der bloemkroon vlak. Bloemkroon wit, iets roodachtig. 2,0J-3,50. Ij. Juni. Sierstruik uit het Himalayagebergte.

Edmodi's sering, -j- S. Emódi Wallr.

3. Forsy thia Vahl.

1 Bladen langwerpig, in den steel versmald, behalve het onderste derdedeel gezaagd, donkergroen, na de bloemen te voorschijn komend. Bloomen meest in paren, aan i rechtopstaande takken. Kelkslippen eirond . 1 spits Bloemen geel. 1,20-1,80. Ij. Maart, April. Sierstruik uit China.

Chineesche klokjes, f F. viridi suna Lindl.

uiuut'u Lefct-uuvtmiatuiu v» iii iwauocii «ou « T, lf w _

gaat'ot'.'i-tallig vindeelig. Bloemen aan over- HOo- Syringa vulgaris.

hangende takken, geel. 1,00-3,00. I;, Maart, n kelk: h bloem, bij c do bloemkroon

April. Sierheester uit China en Japan. opengelegd; <1 stamper; onrjjpo, f rijpe t F. suspens» Vahl. doosvrucht; g zaad.

4. Fraxinus Tm.

1 Bloetnbekleedsels dubbel. Knoppen gr|jsviltig. Blaadjes 7-H, gesteeld, langwerpig tot langwerpig-lancetvoriuig, toegespitst, gekarteld-gezaaj-d, van onderen langs de middennerven behaard. Bloemen in pluimen, tegelijk met de bladen verschijnend. Vrucht lijnvormig, rechtopstaand (Hg. 11061. Bloemkroon witachtig. 6,00-0,00. I/. Mei. Uit Zuid-I'uropa.

1'iiimtscli. Mannaesch. t F. Ornns L.

ülocmdek ontbrekend (fig. 1107Knoppen zwart, fluweelachtig. Bliudjes 9-13, bijna zittend, langwerpig-lancet-

• x :i.„*

»U1 llllj^ , ( Uiu wuunvu uttu vtvu

voet behaard. Bloemen vóór de bladen verschijnend, F'8- 1,0°pluimvormig. Vruchten overhangend, lijnvormig-langwerpig. Helm-

iieukels, Géill. Flora, 4Je druk. 8"

Sluiten