Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meeldraden 4, zeer kort, soms onvruchtbaar, geheel in de buis dei-

bloemkroon verscholen 9

Meeldraden 4, 2 langere en 2 kortere, de langere althans boven de bloemkroonbuis uitstekend

7 Bladen breeder dan lijnvormig. Hloemen groot of vrij groot. . 8

Bladen lijnvormig. Bloemen klein. Bovenlip der bloemkroon 2-lobbig. Meeldraden ultstekend, aan den voet ieder met een rugwaarts gerichten tand. Helmknopjes 1-hokkig.

Rosmarinus BJJ.

8 kelk ei-klok vormig, 2-lippig (fig. 1219, 1223). Bovenlip der bloem¬

kroon gaafrandig of iets ingesneden. Meeldraden onder de bovenlip verscholen met lang, boogvormig gekromd helmbindsel.

S ii 1 v i a «38.

Ke'vr,rmiS7°^1 ? ^'«kniatig ó-tandig (Hg. 12251. Lippen der 100de bloemkroon lijnvormig, de bovenlip recht naar voren gestrekt, de onderlip aan den top kort-8-lobbig.

Monurda 041.

Alle 4 meeldraden onvruchtbaar. Stijl buiten de bloemkroonbuis

uitstekend 20

Meeldraden althans 2 vrucht baar. Stijl in de bloemkroon buis verscholen. Stengel rechtopstaand

10 Kelk duidelijk 2-lippig (fig. 1229). Bloemkroon rood of'wit. Stengel

„ 'ggend Thymus««.

Kelk 5-tandig (fig. 1239). Bloemkroon blauw. Stengel kruipend.

110 f 1 • , Glechóma «#«.

11 ochgnkransen in de oksels van gewone bladen. Bloemkroon wit

Schjjnkransen in de oksels van schutbladen. Kelk kort 5-tandig, tijdens den vruchttiid door een dekselvormigaanhangsel van den bovensten tand gesloten. Bloemkroon blauw.

_ La va n d u 1 a «a J.

12 Kelk 5-10-tandig (fig. 1259). Vruchtjes boven afgeknot en zacht-

behaard. Vruchtbare meeldraden 4. Schutbladen gelijk van vorm met de stengelbladen. Bloemen klein, wit. Stengel en bladen Marrübium ksi.

Ke«n..«tSndieili1gj12'8'- B'oemkroon geel. Vruchtjes boven afgerond, stomp, kaal. Soms 2 meeldraden onvruchtbaar. Schutbladen anders van vorm dan de stengelbladen.

Sideritis vs4.

13 Bovenlip der bloemkroon vlak of slechts weinig gewelfd ... 14 Bovenlip der bloemkroon uitgehold of gewelfd. Meeldraden dicht

naast elkander liggend en althans in het begin evenwijdig loopend, onder de bovenlip der bloemkroon verborgen (soms buigen dé meeldraden na het stuiven naar buiten) T . 22

14 Meeldraden, althans de 2 langere naar boven uiteenwijkend onder

de bovenlip uitstekend (fig. 1226, 1229, 1235, ..... 15 Meeldraden niet tegen de onderlip liggend en ook niet onder de bovenlip uitstekend 17

M' knnninJ' gpt,oge" • V?0" llt' onderlip liggend, mot niervonnige helm-

Knopjes, die na hot openen oei) vlak , rond schijfje vormen (lig. 121 li. Bloomkroon

Sluiten