Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haard. Bladen lijnvormig tot langwerpig, geleidelijk in den bladsteel versmald, met van onderen sterk te voorschijn tredende zijnerven , iets meer omgerold. Schijnkransen tot hoofdjes samengedrongen. Vrij algemeen.

Een paar malen is de vorm met witte bloemen gevonden.

U. Saturéja Tm.

1 Stengel rechtopstaand, zeer vertakt (fig. 12301. Bladen lijn-lancetvormig, gaai'randig spits, gewimperd, dol'. Bloemen klein, meest 5 bijeen in de bladoksels, in schijnkransen. Bloemkroon rose of witachtig, aan de keel met purperkleurige puntjes. 0,30-0,45. O. Juli—Herfst. In tuinen gekweekt, enkele malen verwilderd. (Spaarne

Apeldoorn, Leiden). Uit Zuid-Europa Kunne.

Boonenkruid. -j- s. hortéusls L.

Fig. 1230. Saturéja hortensis. Fig. 1231. Calamintha Acinos.

a blad met olieklieren en wimpers: b kelk: a deel van den stengel: b blad; c kelk:

'■ bloem: </ opengelegde bloemkroon met (/bloem: « opengelegde bloemkroon mot

meeldraden: e vruchtjes in den kelk. meeldraden en stjtl.

12. Calamintha Mnch. Steentjjm.

Bebaarde kruiden met gesteelde, levendig groene bladen en okselstandige, uit gesteelde bloemen bestaande schijnkransen, welker kelk aan de keel ingesnoerd is, terwjjl de bloemkroon zich trechtervormig

verwedt, voor zjj in de lippen overgaat 1

1 Kelkbuis onder de tanden vernauwd, aan den voet met een zak-

achtigen knobbel 2

41*

Fig. V231. Calamintha Acinos. a doel van den stengel: l> blad; c kelk: d bloem; e opengelegde bloemkroon met meeldraden en stjll.

Sluiten