Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of gezaagde bladen, waarvan de onderste altijd gesteeld zijn en 2-veelbloemige schijnkransen 1

1 Bloemkroon rood. Onderste en middelste bladen aan den voet hart¬

vormig of afgeknot 3

Bloemkroon lichtgeel. Bladen aan den voet afgerond of versmald (fig. 12526) 2

2 Bladen kortbehaard, langwerpig tot lancetvormig, de onderste kortgesteeld, de hoogere

zittend. Schijnkransen 6-10-bIoemier.

Kelktanden 8 hoekig, met kale stekelpunt. 0,30-0.60. Juni—Octr. Aangevoerd. Eist by Nymegen, Arnhem.

Bergandoorn. S. rectns L. Bladen meest kaal, gesteeld, de onderste langwerpig, de bovenste lancetvormig, spits. Schijnkransen 4-0bloemig. Kelktanden lancetvormig, met behaarde stekelpunt (fig. 1252a). o,07-0,3o. ©. Juni —Herfst. Op bouwland, vooral op kalk- en leemgrond. Maastricht. Op enkele andere plaatsen aangevoerd.

Zomerandoom. S. animus L.

3 Schijnkransen 6-10-bloemig. 4

1253a). Kelktanden toegespitst, stekel puntig (lig. 1253/*). Bloemkroon lichtpurper. Stengel dicht wollig-behaard, meest onvertakt. Bladen ei rond-langwerpig ot langwerpig, spits, gekarteld, witviltig, de onderste gesteeld. de bovenste zittend. «>,♦50-1,20. 00» zelden 2|. of O» Juli—Septr. Sittard, Zwolle, Nieuw- en St. Joosland, Ouderkerk, Burum (Fr.) Duitsclie audoorn. 8. germanicus L.

Bij Rotterdam is als aangevoerd waargenomen S. italieus Mijl., de I la 11aansche an doorn, die zich van S. germanicus onderscheidt, doordat de beharing meer aangedrukt, viltig is, doordat de kelktanden smaller zijn, doordat do bladen stomp zjjn en stomp gekarteld. 0,40*0,80. Juli, Augs.

4 nioemKroon auDoei zoo lang ais ae kcik. neiKianueu pnoui-

vormig

Bloemkroon nauwelijks langer dan de kelk (fig. 1254). Kelktanden lancetvormig. Schijnkransen meest 6-bloemig. Bladen gesteeld, rondachtig-eirond, aan den voet iets hartvormig, de bovenste langwerpig, zittend. Stengel liggend of opstijgend. Bloemkroon bleekrose. 0,07-0,30. O- Juli—Herfst. Op bouwland, in moestuinen. Algemeen A k k e r a n d o o r n. S. arvénais L.

5 Bladen breed. dien bartvormig-eirond, behalve de bovenste

laDggesteeld, toegespitst, grof gekarteld-gezaagd, zacht Fig. 12."4. (fig. 1255). Schijnkransen meest 6-bloemig. Bloemkroon vuil donkerpurper. Onderaardsche uitloopers overal even dik. 0,60-1,20. 2J.. Juni—Augs. Op lossen bosebgrond en aan slootkanten. Algemeen. . . Boschandoorn. S. silvaticus L.

Bladen smal, aan den voet zwak-hartvormig, langwerpig-lancetvormig tot lancetvormig, spits, iets gekarteld, de onderste kortgp-

125.3a). Kelktanden toegespitst, stekelpuntig ilig. 1253/<). Bloemkroon lichtpurper. Stengel dicht wollig-behaard. meest onvertakt. Bladen eirond-langwerpig ot langwerpig, spits, gekarteld, witviltig, de onderste gesteeld. de bovenste zittend. <>,«<>-1.20. ©O, zelden 4 of©. -Juli ■— Septr. Sittard, Zwolle, Nieuw- en St. Joosland, Ouderkerk, Burum (Fr.l Duitsclie andootn. S. germanicus L.

Bij Rotterdam is als aangevoerd waargenomen S. italicus Mill., de Italiaansche andoor 11, die zich van S. germanicus onderscheidt, doordat de beharing meer aangedrukt, viltig is, doordat de kelktanden smaller zijn, doordat do bladen stomp z\jn en stomp gekarteld. 0,40*0,80. Juli, Augs.

Sluiten