Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29. Brunélla Trn. Brunei.

1 Bloemkroon lilaviolet of roodachtig, zeer zelden wit (fig. 1266). Tanden der bovenlip van den kelk zeer kort. Bloemkroon hoogstens dubbel zoo lang als de kelk. Kroonbuis recht. Tand der langere meeldraden priemvormig, recht. Bladen langwerpig-eirond tot langwerpig-lancetvormig, getand of gaafrandig. 0,07-0,45. 2J.. Mei—Herfst. Op wei- en bouwland, aan wegen en dijken. Algemeen .... Biienkorfies. Brunei. B. vulaaris L.

Fig. 1265. Scutellaria minor. Fig. 12H0. Brunélla vulgaris.

a bloemkroon; h kolk. u kelk; b bloem; c bloemkroon openge¬

legd met de meeldraden: d vruchtkelk.

Bloemkroon geelachtig-wit, zeer zelden lichtpurper, omstreeks li-maal zoo lang als de kelk. Tand der langere meeldraden priem vormig, gebogen. Tanden der bovenlip van den kelk toegespitst. Bladen langwerpig-elliptisch, gaafrandig, getand of vinspletig. 0,05-0,15. 2J.. Juli, Augs. Venlo, Rotterdam . Witte brunel. B. alba I'all.

80. Physostégia Benth.

I Vruclitkelk eirond. Bovenlip der bloemkroon iets uitgehold. Keel ver open. Bloemen in 0,3 lange sch ij naren, vaak beneden vertakt. Bloemkroon tot 0,02 lang, vieeschrood of purper. 0,60—1,00. 2J.. Juli—Septr. dierplant uit N.-Amerika.

f P. virginica Keiitli.

31. Ajüga L. Zen eg r oen.

Kruiden met onvertakten stengel 1

1 Bloemen in aarvoriuig samengedrongen schijnkransen IHg. 1268). Bloemkroon blauw, zelden rose of wit 2

Heikels , Geïll. Flora, 4l|c druk. -42

Sluiten