Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lancet- tot lijnvormig, spits. Bloemkroon hemelsblauw, zelden wit of roodachtig. 0,30-0,45. © en ©O- Juni—Augs. Op drogen zand- en heigrond en in de duinen. Algemeen.

Zandblauwtje. J. montana L.

2. Phytéuma L. v.

Kruiden met onvertakten stengel, verspreide, ongedeelde bladen en meest blauwe of violette bloemen in hoofdjes of aren. Stijl draadvormig met 2-3 stempels 1

Fig. 1293. Jasione monlana. Fig. l'-W. Phytéuma spicalum.

«kelk: h bloemhoofdje: c bloem; d meel- « meeldraden, stamper en bloemkroon

draden en stamper: <■ stamper na do tydens de bestuiving, c, d daarna:

bevruchting: f vrucht. '> meeldraad: e doosvrucht in doorsnede.

Bloemen geelachtig-wit, aan den top groenachtig, in een langwerpige aar (fig. 1297). Schutbladen lancet- tot borstelvormig. Bladen bijna dubbel-gezaagd-gekarteld, do onderste steeds rondachtig tot langwerpig-eirond. 0,30-0,90. 2J.. Mei, Juni. In bosschen.

Zeldzaam Rapunzel. P. spicatum L.

De var. ,5. Rapimculus Pers. (P. nigrum Schmidt) heeft donkerblauwe bloemen, ongelijk gekartelde bladen, een meer eironde bloeiwijze. 0,20-0,00. ïj-. Mei, Juni. In bosschen op hooge gronden. Zeldzaam.

Sluiten