Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•*>1. Cynara Vaill.

1 Bladen stekelig, van onderen grijsviltig. Hoofdjes met eenigszins vleezigen bloembodem. Omwindselbladen eirond-lancetvormig, stekelig. Bloemkroon violet-blauw. 0,70-1,50. Juli, Augs. Gekweekt als groente.

Kardaus. f C. Cnrriiinralus L. Bladen weinig stekelig. Hoofdjes veel grooter met vleezigen bloembodem ifig. 1433). Omwindselbladen eirond, aan den voet vleezlg, niet of weinig stekelig. Overigens als de vorige soort. 0,70-1,50. 2).. .luli, Augs. Gekweekt als groente.

Artisjok, f C. Soólvmns L.

Fig. HS2. Fig. 14:18. Fig. 1434. Silybum Marianum.

« bloem ; h vruclitje.

52. Silybum Vaill.

1 Stengel en bladen kaal (fig. 1434). Bladen aan den rand mot gele stekels, wit-gevlekt, de onderste bochtig vinspletig, de bovenste

lancet vormig, stengelomvattend. Omwindsel bolrond. Bloemkroon purper. 0,60-1,50. Q. Juli, Augs. Sierplant uit Zuid-Europa. Langs wegen, op mesthoopen en bij moestuinen. Zeldzaam, waarschijnlijk steeds verwilderd. Mariadistel. S. Marianum Gaertn.

53. Cérdulls L. Distel.

Doornige kruiden met meestal gevleugelden stengel en purperkleurige, zeldzaam witte bloemen, wier haarkroon uit enkelvoudige, niet gevinde haren bestaat 1

1 Hoofdjes langwerpig, Mina rolrond, talrijk, dicht opeen, do zydelingsche zittend,

47*

Sluiten